Voor je het weet, ben je een crimineel

By 17 december 2021 december 26th, 2021 Nieuws

Gisteren stond ik voor het gerecht. Vanwege een conflict met het UWV, een overheidsinstelling waarvan ik altijd had gedacht dat deze er is om mensen die in de financiële problemen zouden zijn gekomen omdat ze om welke reden ook geen werk en dus geen inkomen meer hadden, uit deze ellendige situatie te helpen. Om mensen die om wat voor reden dan ook werkloos zijn geworden financieel, maar ook met raad en daad, bij te staan. Dit gaat tenslotte om mensen, gezinnen, kinderen die anders in een uitzichtloze situatie dreigen te belanden. Daar moet een vangnet voor zijn. Daar is de UWV voor, dacht ik.

Collateral damage

Maar dat blijkt, als het om overheidsinstellingen gaat,  niet in alle gevallen zo te zijn. Een schrijnend voorbeeld is de toeslagen-affaire. Veel van de tienduizenden vrouwen, veelal van buitenlandse komaf, zullen dat ook gedacht hebben. We zijn inmiddels tien jaar verder en voor velen is het nog steeds een nachtmerrie. Een overheidsbedrijf – de Belastingdienst – waarvan je verwacht dat ze haar taak – ‘belastinggeld innen’ – op een menselijke manier uitvoert, maalt er niet om om tienduizenden mensen en gezinnen van de wal in de sloot te duwen, in plaats van uit de brand te helpen. Een affaire die, ondanks alle ophef en negatieve publiciteit in de mainstream media, na tien jaar nog steeds niet is opgelost. Sterker nog, om de zoveel tijd komen er weer nieuwe schandalen boven water. Zo zijn er meer dan duizend kinderen onterecht uit huis geplaatst. Het zal je kind maar wezen. Dezelfde bewindslieden die daar voor verantwoordelijk zijn, zitten, alsof het allemaal niet gebeurd is, weer gewoon in het nieuwe kabinet. Dat is de cultuur in die kringen. Het maakt het nog schrijnender omdat het vooral allochtone vrouwen met kinderen betreft.

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Het verhaal begon 4 jaar geleden. Een goede vriend van mij was door de ING en diverse gemeente-instellingen in de problemen geholpen. Hoewel. Samengevat komt het er op neer dat hij uiteindelijk niet werd geholpen, maar gemangeld tussen overheid en bankwezen. Daardoor bleef hij met een schuld zitten die afgelost werd doordat een groot deel van zijn toch al niet hoge uitkering maandelijks werd ingehouden. Het gevolg was dat hij, ondanks dat hij twee rechterhanden had, de wil om te werken en een enorm netwerk in zijn expertise, niet mocht mocht werken (en dus ook niets mocht verdienen). Met deze uitkering, en een uitzichtloze schuld op zijn nek, kon hij zijn gezin – drie jonge kinderen – niet onderhouden. Hij kon dus niet anders dan tegen de regels in bijverdienen. Hij werd gedwongen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, waarmee het stempel crimineel maar weer eens ten onrechte op iemand van Marokkaanse komaf was geplakt. Zo houd je dat fabeltje wel in stand. Hij was, net als de slachtoffers van de belastingaffaire, slachtoffer van zijn allochtone afkomst.

Slachtoffer van de overheid

Illegaal volgens de regels van deze partijen, overheid, gemeente, ING, maar natuurlijk niet volgens de regels van de menselijke maat. Is het verboden om je gezin een goed leven te bieden, zodat je kinderen op z’n minst te eten hebben en op een sport kunnen? Wat zou ieder weldenkend mens doen als hij buiten zijn schuld in zo’n situatie terecht zou komen? Dat deze menselijke maat niet altijd wordt gehanteerd door de overheid, zagen we zoals ik al eerder opmerkte, bij de toeslagen-affaire. Dat dat niet alleen geldt voor de belastingdienst en de regering, blijkt nu ook in mijn geval; de UWV is niet in staat recht van onrecht te onderscheiden en kiest bij twijfel dan maar voor het laatste, ongeacht wat de gevolgen daarvan zijn voor de client. En twijfel ontstaat snel in zo’n cultuur. Ook al kunnen de menselijke gevolgen van deze aanpak verschrikkelijk zijn, zo zijn de regels nu eenmaal. En regels zijn regels, punt!

Ik voelde me behandeld als een crimineel, maar ging het pas denken toen ik op 30 januari 2020 op het matje moest komen van de UWV-recherche en ervaarde dat twee rechercheurs de beproefde strategie good top, bad top hanteerden. Een van hen vond mijn verklaring dat ik de BV had opgericht om een vriend die in de problemen zat, te helpen maar raar, zelfs onbegrijpelijk; wie doet nou zoiets? Hij antwoordde: ‘Dat zou ik nooit hebben gedaan!’ Dat kan, maar daarmee is het nog geen misdaad voor zover ik weet. In zijn ogen dus wel. Omdat hij dat zelf nooit zou doen. Dat zegt iets over hem, maar ook over de cultuur waarin hij werkt en eigenlijk niets negatiefs over mij. Zijn regels zijn de maatstaf, niet een goed bedoelde, maar onbegrepen actie. Wat mij is overkomen, past ook niet in het plaatje van de UWV; als de UWV iets niet begrijpt, ben je verdacht. Het volgen van hun regels is immers minder risicovol voor de ambtenaar; je hoeft er verder niet over na te denken, laat staan naar je hart te luisteren. In ieder geval was ik vanaf dat moment, slechts een paar maanden voordat mijn ww-periode afgelopen zou zijn, verdacht. Hadden ze al die tijd daarvoor zitten slapen?

Onrecht

Wat je ziet bij partijen die zo denken, is dat het belang van die partijen – of. in ieder geval van die individuen – belangrijker is dan rechtvaardigheid en de mogelijke risico’s voor de slachtoffers. Dat heet: over lijken gaan. En daar kan ik heel slecht tegen. Ik heb daar in mijn hele leven last van gehad, mensen die iets zeiden en dat niet zagen als een mening, maar als de waarheid, de enig mogelijke waarheid, hoe onrechtvaardig ook. Waar geen discussie over mogelijk was. In mijn geval richtte ik een BV op, zodat mijn vriend onder die vlag zijn werkzaamheden kon verrichten, zodat hij zijn gezin kon onderhouden. Dat zag ik als mijn taak, als een vriendendienst. De UWV zag dat anders, dat maakte mij verdacht. Zelfs het feit dat hij er nauwelijks van heeft kunnen profiteren, omdat zijn vrouw vrij snel daarna in een inrichting terechtkwam en hij met drie kleine kinderen achterbleef, die ook nog eens allemaal op een andere school zaten, waardoor hij überhaupt niet kon werken. Dat deed niets af aan het feit dat ik een BV had opgericht, daar werkzaamheden voor had verricht (waarom begin je anders een BV, toch niet om iemand te helpen?) en dus is het dan al snel duidelijk: iemand die dat doet, moet daar voor boeten.  Wat de gevolgen ook moge zijn, daar ben ik niet verantwoordelijk voor. Had hij maar niet zo stom moeten zijn.

‘Oriënteren’ is zelfstandig werken volgens het UWV

Vanaf dat moment begon ook het broeden, het praten met mensen, het oriënteren op de toekomst. Ik was altijd succescol ondernemer geweest en had er het volste vertrouwen in dat het ook nu weer goed zou komen. Langzaam begonnen de contouren van mijn nieuwe toekomst duidelijk te worden: ik zou, net zoals ik dat eerder bij mijn bedrijf had gedaan, lesmateriaal gaan maken, maar dan beter. Dat zou ik vanuit huis gaan verkopen. In de tijd tussen de rechtszaak en het UWV, hield ik me voornamelijk bezig met het schrijven van een boek over hoe bedrijven en de overheid zich bezig hielden met onze (on)gezondheid, sprak daarnaast af en toe informeel met schoolleiders met wie ik in die twintig jaar een goede band had opgebouwd en met de uitgever van mijn eerste boek, vanuit die context. Is dat verboden? En kauwde op ideeën.

Dit boek, Niet Te Verteren, was een jaar daarvoor verschenen. Via een kennis kwam ik in contact met een uitgever die dat uit wilde geven. Met die uitgever heb ik daarna altijd formeel (over het boek) en informeel contact gehouden. Hij had in die tijd ook niet stilgezeten en was samengegaan met een drukkerij. Daar liep op dat moment niet alles op rolletjes, dus ook hij bezon zich op een betere toekomst. Omdat hij toevallig een school als klant had, dacht hij in de richting van het onderwijs. Naast de ontwikkelingen die met het boek te maken hadden, sprak ik logischerwijs ook over de kansen die het onderwijs hem en mij zouden kunnen bieden, dat was immers mijn expertise. Er was geen sprake van een financiële deal.  Ook dit is volgens mij niet strafbaar.

De wereld die UWV heet…

In de tussentijd had ik de gang naar de UWV gemaakt. Al snel realiseerde ik me in wat voor wereld ik terecht was gekomen: een wereld van het invullen van formulieren, uren opgeven, verslag doen, etc. een wereld waar controle de core business was, en waar geen plek voor gevoelens en vertrouwen was; waar maar een waarheid gold, de waarheid van het UWV. Die waarheid moet simpel zijn en meetbaar, zodat er van beide kanten geen onduidelijkheid kon ontstaan. Daar was het hele bedrijf op ingesteld. Waar  je goed in de gaten gehouden werd, waar rapporten werden geschreven en een portfolio werd bijgehouden, daarin werden  gegevens over mij verzameld. Met het rapport waar de rapporteur uiteindelijk mee kwam, kon je iemand met een klap om zeep helpen, zo dik was het. Hoeveel uren zijn daar niet voor nodig geweest. Dan kan je niet aankomen met vrijspraak natuurlijk.

Na zes maanden werd mij de keuze gegeven wel of niet deel te nemen aan de zogenaamde Startperiode, een periode van zes maanden waarin je kon uitzoeken of je een bedrijf wilde beginnen. Het nadeel was dat mijn uitkering met 29% werd verlaagd, maar de mogelijkheden waren daarentegen groot. Ik hoefde mijn uren en inkomsten niet op te geven en mocht kijken of mijn idee – lesmateriaal ontwikkelen voor scholen – levensvatbaar was. Bijna te mooi om waar te zijn… Het paste perfect in mijn toekomstplaatje: ik kon die periode gebruiken om het lesmateriaal te schetsen en mijn netwerk om daar feedback op te geven, waarna ik de rest van het schooljaar zou kunnen benutten om scholen binnen te halen en het lesmateriaal te vervolmaken. Dan zou ik vanaf september uit de uitkering kunnen. Dit was een enorme stimulans om verder te gaan op de ingeslagen weg. Ik kwam met mijn uitgever tot oriënterende afspraken over het starten van dit nieuwe bedrijf en begon de contouren die ik eerder had geschetst in te kleuren. Daarnaast ging ik in deze periode naar scholen om mijn ideeën voor te leggen. Het zag er hoopvol uit en ik dacht dan ook dat ik snel uit die formele wereld van de UWV zou kunnen stappen en mijn eigen broek op zou kunnen ophalen.

De cultuur van de UWV

Na de Startperiode, bijna een jaar nadat de ww was ingegaan, had ik een prettig gesprek met mw Hiemstra van de UWV. Zij wilde in het algemeen weten hoe ik vond dat het ging en in het bijzonder hoe ik verder dacht te gaan. Ik zei dat ik het volste vertrouwen had in het op te richten bedrijf – ik had ook al een naam bedacht, Impuls – en dat ik daar graag mee door wilde gaan. Ik zei ook dat ik dacht (hoopte) dat ik vanaf september, oktober geen uitkering meer nodig zou hebben.  Ze zei dat ik dan wel mijn uren zou moeten opgeven. Vond ik geen probleem. ‘Maar’, zei ze, ‘dan wordt dat wel van je uitkering afgetrokken’. Dat vond ik vreemd: ik zou met die werkzaamheden voorlopig geen geld verdienen, maar het zou wel van mijn uitkering worden afgetrokken. Wat ik ook had verwacht, is dat de UWV na een soort investering in de Startperiode, me verder zou helpen, maar dat viel vies tegen. Hoe dan ook, ik gaf aan dat ik dan niet door kon gaan met het project. Ik heb een gezin te onderhouden, en zonder geld wordt dat lastig en als ik door zou gaan, zou ik er ook voor 100% voor gaan, waardoor mijn hele uitkering tot 0 zou worden gereduceerd. Daar komt bij dat een bedrijf als dit alleen in de periode september, oktober inkomsten zou genereren, dat duurde nog meer dan een jaar. Dat heb ik haar ook allemaal eerlijk verteld. Het was wel een streep door mijn plannen. Ik zou een jaar op mijn handen moeten blijven zitten. Daar begreep ik niets van, de UWV is er toch om je te helpen.

Wat ik toen niet kon bevroeden, maar wat wel typerend is voor de cultuur bij de UWV: zij heeft na dat gesprek direct de recherche van de UWV hierop gewezen. Kennelijk vond ze deze conclusie verdacht. Daar kwam ik pas op 30 januari 2021 achter. Ik noem dat typerend voor de UWV, want kennelijk staat iemand die bij de UWV werkt, na zo’n gesprek, niets anders te doen dan naar de recherche te stappen. Het wantrouwen zit kennelijk diep in het DNA van deze mensen. In mijn menselijke optiek zijn daar meerdere – en betere – opties voor.

UWV: onderzoek, begeleiding en

Nu ik er van wat meer afstand naar kan kijken (kerst 2021), komen er allerlei dingen binnen die volgens mij in de richting wijzen van de omgekeerde wereld: niet ik ben schuldig, maar juist de UWV. Aan uitlokking. Om te beginnen hadden ze de onenigheid over vermeende frauduleuze feiten al kunnen voorkomen, nog voor mijn eerste termijn van de twee jaar durende uitkeringsperiode was verstreken. Een van de in mijn ogen belangrijkste aanleidingen om een diepgaand onderzoek te starten, is het feit dat ik een BV bezat. Ze hadden zich dat deel van het onderzoek kunnen besparen, omdat ze met een druk op de knop van de KvK hadden kunnen zien dat dat zo was. In plaats van mij toen op het matje te roepen en om opheldering te vragen, hebben ze dat nagelaten. Waarom?

Maar dat is niet de enige nalatigheid van het UWV. Immers op 3 maart, vlak nadat de startperiode was afgerond, had ik het gesprek met mevrouw Hiemstra. Dat gesprek ging vooral over koetjes en kalfjes, pas toen ik was opgestaan om weg te gaan, vroeg ze me wat ik van plan was te gaan doen. Het gesprek dat volgde, heb ik eerlijk beschreven en verteld, zowel aan de onderzoekers als in deze blog, het kwam er op neer dat ik niet door wilde gaan met mijn bedrijf als ik de uren die daarvoor nodig zouden zijn op moest geven. In plaats van me terug te roepen naar ons gesprekstafeltje, rende ze linea recta naar de recherche van de UWV om mij als verdachte aan te geven.  Op basis van deze informatie is het onderzoek gestart.

Gek genoeg is toen met geen woord gerept over formulieren die ik voorafgaand aan de uitkering niet juist had ingevuld. Was dat wel gebeurd, dan had er toen al duidelijkheid over geschapen kunnen worden. Nu kwam dat pas driekwart jaar later, op 30 januari ter sprake. Die vraag pareerde ik toen met het eerlijke antwoord: ‘Ik begreep niet hoe ik met deze info om moest gaan’. Natuurlijk had ik zelf ook eerder aan de bel kunnen trekken, maar omdat het over informatie gaat van voor de ww, zag ik het belang daar niet van in. Waarop de good-top antwoordde: ‘Ja, dat horen we wel vaker’. Kennelijk was dat nooit reden om daar iets aan te veranderen.

Nog gekker wordt het als in de herfst van dit jaar (2021) ik via een onder onderzoek door het UWV mij ter ore kwam dat het UWV in mei, dus twee maanden na het gesprek met mevrouw Hiemstra, had geprobeerd mij te bellen. Toen ik niet opnam, hebben ze iets in gesproken zo werd mij verteld. Buiten het feit dat ik deze omroep nooit heb gehoord, heeft de UWV daarna niet meer van zich laten horen. Want ook op dat moment, kon nog veel schade worden voorkomen. Kan het zijn dat het UWV helemaal geen schade wilde voorkomen?

Zou de UWV slechts een van deze drie momenten hebben aangegrepen om me te waarschuwen voor eventuele schade, dan wel me toen al een straf hebben opgelegd, dan zou die schade nu van de baan zijn. Ook niet leuk, maar wel voor mij een stukje goedkoper, maar vooral veel minder stressvol en minder bedreigend. Stress is, zeker in dit geval, namelijk een van de meest dodelijke ziektes. Dat de UWV dat heeft nagelaten, zou iemand met schulden tot zelfdoding hebben kunnen aanzetten. Kennelijk wordt daar bij de UWV ook geen rekening mee gehouden. Eigen schuld, dikke bult.

Onbetaalde uren

Zoals ik al zei, ging ik er tot dan toe vanuit dat de UWV er was om mij te helpen, maar door de regel van de UWV dat ook onbetaalde uren van mijn uitkering af zouden worden afgetrokken, maakte de UWV het me, net als de vriend die ik uit de brand wilde helpen, onmogelijk om door te gaan met het opzetten van het bedrijf. Mw Hiemstra had bijvoorbeeld ook kunnen zeggen dat ze in het project geloofde en ze zou kijken wat daar voor andere mogelijkheden bij het UWV voor waren. Nu bleef me geen andere keus dan af te wachten tot het einde van mijn uitkering, april 2020.

Dat jaar heb ik gebruikt om weer een boek te schrijven, me te verdiepen in een gezond leven en in mijn hoofd verder te gaan met het definitief maken van het lesmateriaal. Later zou blijken dat de UWV alle minuten die ik gebruikte om na te denken over verdere invulling van het toekomstige bedrijf, en de informele gesprekken met bevriende schoolleiders beschouwde als zelfstandige werkzaamheden en die moest ik opgeven. ook al had ik daar uiteraard geen uientabel van bij gehouden. Het verwijt was ook steeds dat ik ‘gewerkte uren als zelfstandige’ niet heb opgegeven.  in mijn ogen betekende dat dat ik ‘betaalde werkzaamheden had verricht’, vandaar dat ik steeds ‘0’ invulde, want ik had niet gewerkt en ook geen geld verdiend. Het bleek achteraf wel een van de belangrijkste redenen om mij een straf op te leggen van (minimaal)  73.000,-.

Dat is het verschil tussen een stug bedrijf als het UWV en iemand die levenslang bezig is geweest om te bedenken, te organiseren en uit te werken; daar geldt van 9 tot 5 niet, daar lopen allerlei dingen door elkaar, die je moet kunnen benoemen in uren. Waar bij mij op een vraag meerdere antwoorden mogelijk zijn, erkent de UWV bij elke vraag maar een antwoord, namelijk hun antwoord. Of je hebt gewerkt of niet, of je hebt uren gemaakt of niet, terwijl alleen al op de vraag ‘Wat wordt onder ‘zelfstandig werk verstaan?’ al meerdere antwoorden mogelijk zijn. Ik werk ook graag voor niks als ik er met hart en ziel in zit. Ook dat zal de ‘badcop’ niet begrijpen: wie doet nou zoiets? Bij mij gaat passie voor alles, ook al kleur je dan volgens anderen een beetje buiten de lijntjes. Daar telt de vraag niet of een straf buiten-proportioneel is.

De werkzaamheden

Wat zoals gezegd een belangrijke aanleiding voor de UWV was om mij zo’n enorm bedrag terug te laten betalen, was dat ik werkzaamheden had gedaan voor WSTT en deze uren niet had opgegeven. Hoewel de UWV concludeerde niet dat ik dat had gedaan, maar dat ‘ze dat niet konden vaststellen’. Ook daar zien we weer de starre houding van het UWV, want iedereen die mij kent, weet dat ik dat onmogelijk kan hebben gedaan. Deze dit bedrijf houdt zich, voor uw beeld, namelijk bezig met alles wat met wasserijen en stomerijen te maken heeft, bijvoorbeeld montage, aankoop en reparatie van machines. In heel Nederland houden zich daar maar drie mensen mee bezig. Als je dan weet dat bij mijn thuis mijn vrouw alle. technische klusjes opknapt, op mijn cv HBS-A, pedagogische academie en sociaal academie staat, dan hoef je niet perse tot 10 te kunnen tellen om te begrijpen dat dat twee totaal verschillende werelden zijn; daar heb ik geen verstand van, noch connecties in, bovendien houd ik niet van vieze handen. Het laatste wat ik gedaan heb dat enigszins in de buurt kwam, is de band van mijn fiets geplakt, maar daar ben ik wel een paar uur mee bezig geweest.

Daar komt bij dat deze BV bijna een jaar voordat mijn ww inging, was opgericht en mijn vriend door genoemde privé-zaken daar al heel snel weer mee moest toppen, dus ook ruim voor de ww-periode. Tijdens de zitting vertelde de meneer van de UWV ‘dat het hem niet duidelijk was of ik voor deze BV gewerkt had of niet’. Dus was de conclusie: hij wist niet of ik voor deze BV had gewerkt, hij kon het immers niet bewijzen. Ook toen mijn advocaat opperde om dan in ieder geval het eerste jaar, het jaar waarin de startperiode viel, te schrappen, hield hij om onduidelijke redenen, de boot af.  Ook in deze zitting heb ik geprobeerd hem duidelijk te maken dat ik ‘nadenken over, brainstormen met en oriënteren op’, nooit heb beschouwd als ‘zelfstandige werkzaamheden’, en zeker geen betaalde werkzaamheden. De aanpak en cultuur van de UWV is in mijn ogen daarom niet te vergelijken met het tumultueuze werk van een zelfstandig ondernemer. Daar kan je soms niet anders dan out of the box denken, en dat kan de UWV niet volgen, dus kiest het voor de gemakkelijkste weg. Wat de gevolgen ook mogen zijn. Ook oriënteren is bij mijn weten niet perse strafbaar en vrijwilligerswerk hoef je volgens de eigen website niet op te geven. Dat de UWV vrijwilligerswerk heel anders ziet dan onbetaald werk en zelfs niet kan begrijpen dat iemand anders dat verschil wel ziet, is veelzeggend.

Onbegrip en verwarring

Waaraan ik ook merkte dat onze werelden wel erg veel uit elkaar lagen, was dat de onderzoeker van de UWV allerlei dingen in zijn verslag door elkaar haalde. Zo haalde hij WSTT en Impuls regelmatig door elkaar, ‘werken’ en ‘denken over’, ‘zelfstandig’ en ‘onbetaald’, etc. hij kon het gewoon  et zijn pet niet bij en hield daarom voet bij stuk. Allemaal voorbeelden van hoe de UWV denkt en te werk gaat, en hoe iemand als ik, een ondernemer, denkt en te werk gaat. Wat me daarbij vooral opviel is dat bij een verschil van mening de mening (de zwart/wit-regel) van de UWV altijd leidend was, waardoor er als ww-er eigenlijk geen speld tussen te krijgen was, ook als die optie niet het juiste antwoord was op de vraag die het stelde of niet samenging met de realiteit. Met andere woorden: als je een conflict hebt met de UWV kan je nooit winnen en word je veroordeeld als je anders denkt dan de  UWV. Daar gelden namelijk geen argumenten die in de echte wereld gelden, maar alleen de aannames van de UWV, waar of niet waar, logisch of niet logisch, rechtvaardig of onrechtvaardig. Ook als de UWV niet kan vaststellen of er gewerkt is.

De ochtend na de zitting bedacht ik me dat me behalve het terugbetalen van die 73.000,-euro ook nog een boete van het OM en zelfs een boete van de UWV boven het hoofd hing. Ik realiseerde me dat dit risico voor mensen die  voor de UWV werken, geen hout snijdt. Nogmaals: eigen schuld, dikke bult, had je je maar niet moeten lopen oriënteren. Dat dat wreed is, want ze konden dat niet bewijzen, zich dus kunnen vergissen, omdat de UWV-ers nu eenmaal niet zulke out of the box-mensen zijn, die kunnen zich geen andere waarheid voorstellen, ook al is het niet vast te stellen. Nogmaals, dat zit in hun DNA. Als ik m’n andere huis niet zou hebben verkocht, zou ik, mocht de UWV gelijk krijgen (wat waarschijnlijk zo was) zeker een wanhoopsdaad hebben gepleegd, waardoor ik dood zou gaan of een echt strafbaar feit zou plegen, waardoor ik nog verder in de ellende terecht zou komen. Dat valt buiten mijn definitie van ‘helpen’, tenzij gebruikt in de zin met ‘van de wal in de sloot’.

Ik beseft dat de UWV er alleen voor je was als je tot in het getal achter de komma zou doen wat de UWV van je verlangt, als je daar maar iets van afweek, was je de sigaar met vaak verregaande gevolgen voor het slachtoffer, maar ook voor zijn gezin. Dat een bedrag van 73.000 euro voor iemand een reden kan zijn tot zelfmoord, komt bij de UWV niet op of interesseert hen niet, ze houden er in ieder geval geen rekening mee. Sterker nog, ze doen daar rustig nog een bedrag bovenop. Had je maar niet zo stom moeten zijn. Ik besefte dat een bedrijf als de UWV geen enkel mededogen heeft met haar clienten. Mijn moeder zei toen ik klein was al: ‘Als jij iets in je hoofd hebt, heb je het nog lang niet ergens anders’. En dat klopt. In die zin lijken we dan wel weer op elkaar. Hoeveel mensen zouden op deze wijze al aan hun einde zijn gekomen?

Narrative

Dat neemt niet weg dat ik wel heb geprobeerd me in de schoenen van de UWV te verplaatsen: ik begrijp dat mijn verhaal heel anders is dan dat de afgevaardigde van het UWV normaal gezien op zijn bordje krijgt: wie richt nu een BV op voor een ander? Dat is inderdaad te ver out of the box. En dan heeft hij ook nog een andere BV. Ik begrijp da dat er bij hem niet in gaat, dat hij dus niet kan beoordelen of ik dat werk zou kunnen hebben gedaan, maar dat neemt niet weg dat hij dan niet zomaar kan aannemen dat ik WEL voor deze BV heb gewerkt. Zou het bijvoorbeeld kunnen zijn dat ik het wel goed heb uitgelegd, maar dat hij het om die reden niet kan of wilde begrijpen? Hij moet toch wat!

Zo moeilijk is het immers niet om mijn verhaal vanuit een ander – zijn – perspectief te bekijken, waardoor het een heel ander verhaal wordt, een verhaal dat beter bij zijn expertise en gedachtengoed past. Maar daar gaat het natuurlijk niet om, rechtspreken is gebaseerd op duidelijke bewijzen voor zo ver ik weet. Wat is dan in dit geval de waarheid? En wat doe je als dat niet helemaal duidelijk is voor degene die de eisen kan stellen? Help je iemand in de vernieling of toon je begrip voor elkaar en komt dan samen tot een oplossing. Of verplaats je je in de positie van de aangeklaagde en kijk je verder dan het verkeerd invullen van een formulier (waarover de good cop in het verhoor van 30 januari zei: ‘Ja, dat horen we wel vaker’), en zorg je er zo voor dat de straf binnen die proporties blijft?

Twee werelden

Hier komen, zoals we al eerder zagen, twee werelden bij elkaar waar de ene wereld de andere niet kan of wil begrijpen. Waarbij de ene wereld bepaalt en de andere maar af moet wachten, net zo lang als de ene wereld bepaalt. Waarbij die ene wereld geen enkele haast heeft en de andere juist elke dag dat het langer duurt als afschuwelijk ervaart. Voor die andere wereld staat er namelijk heel veel op het spel – een prettige oude dag of een oude dag die hij in armoede zal moeten uitzitten – terwijl er voor die ene wereld helemaal niets op het spel staat. Die aannames kunnen immers leiden tot een straf die een enorme invloed kan hebben op de rest van mijn leven en de levens van mijn  kleinzoon en vrouw. Stel dat er nog extra boetes worden opgelegd, dan kan dat leiden tot angst, depressie en wanhoop, zelfs tot zelfmoord. Stel dat ik een ton of meer moet betalen, welk uitzicht heb ik dan met een inkomen van 830 euro per maand? Die afgevaardigde slaapt er geen minuut minder om, hij ontvangt elke maand zijn salaris.

En dat is precies waar bij mij de schoen wringt: dit is de insteek en werkwijze van een bedrijf als het UWV: Bartje zal hangen, wat de consequenties voor diegene ook zijn. Het verband tussen daad en straf is ver te zoeken, maar dat deert het UWV niet. De ambtenaar van het UWV heeft gedaan wat er van hem werd verwacht: hij heeft er voor gezorgd dat het hele bedrag terug is gekomen, plus nog een prettige bonus voor het UWV. Dat is niet het helpen van een ex-uitkeringstrekker, dat is helpen van de UWV (of zijn eigen ego, omdat hij zo is opgeleid, hij zijn taak naar behoren heeft uitgevoerd). Maar stel je dan de andere partij voor, hoe hij ’s nachts wakker ligt…

Bewijs maar eens dat god niet bestaat

Nog twee dingen tot slot: Om te beginnen moet ik bruto terugbetalen, terwijl ik netto heb ontvangen. Dus ik heb ongeveer 48.000 euro ontvangen over twee jaar, maar ik moet iets meer dan 73.000 terugbetalen. Het verschil krijg ik dan een jaar later weer terug van de belastingdienst. Geen probleem zou je zeggen, maar omdat er een regel is dat als dit brutobedrag boven de 50.000 komt, moet het OM er ook naar kijken en die kan dan nog een extra boete opleggen. Datzelfde kan het UWV in zo’n geval doen. Dat betekent dat het bedrag dat ik uiteindelijk moet ophoesten, misschien wel (ver) boven de ton gaat uitkomen. Hoe moet ik dat in godsnaam gaan betalen? En stel nu eens dat de UWV eerder aan de bel had getrokken en het terug te betalen bedrag ver onder die grens was gekomen…

Maar misschien wel het aller belangrijkste: het UWV vraagt mij te bewijzen dat ik gewerkt heb voor WSTT en voor Impuls (na de Startperiode). Maar hoe moet ik bewijzen dat ik iets NIET gedaan heb. Het is ongeveer hetzelfde als dat ik in god zou geloven, en zou moeten bewijzen dat hij bestaat. Dat is dus onmogelijk. Dat is waar deze ambtenaar zich in vast bijt, leg maar uit dat je dat niet hebt gedaan, en aangezien dat onmogelijk is, trekt hij altijd aan het langste eind. Is dat recht of juist onrecht, volgens mij is dat de hamvraag.

 

 

 

Leave a Reply