Slechts op 3% van al onze groente en fruit in de supermarkt zitten volgens de NVWA bestrijdingsmiddelen. Geloof jij het?

mask
‘Nog altijd gif op groente en fruit’, zo kopt vandaag een klein artikeltje in het AD. Ongeveer 3% van alle groente en fruit zou bestrijdingsmiddelen bevatten. Dat zou blijken uit een begin deze week verschenen onderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De meeste overschrijdingen zijn gevonden op producten van buiten de EU. Maar we hoeven ons geen zorgen te maken want de gevonden hoeveelheden zijn zo laag dat de effecten op onze gezondheid bijna altijd verwaarloosbaar zijn.
Dat zou mooi zijn! Maar kloppen deze cijfers wel? En is het echt zo onschuldig?

Op de site van de voedingswaakhond Foodwatch kun je informatie vinden die doorgaans klopt. Daar lees ik bijvoorbeeld: ‘Boeren en tuinders gebruiken chemische middelen om ongewenste insecten en plantenziekten te bestrijden. Restanten hiervan blijven achter op én in onze voedselproducten. Ook groente en fruit bevatten – vaak schadelijke – chemische bestrijdingsmiddelen. Giftige stoffen zijn schadelijk voor onze gezondheid. Toch liggen groente en fruit met resten landbouwgif gewoon in de winkel (lees: supermarkt)’.

Op de website optimalegezondheid.com vind ik de volgende info: ‘Alle groente en fruit bevatten gifstoffen’. Dat heeft volgens dit artikel vooral te maken met massaproductie en zo laag mogelijke onkosten. Aangezien het een stuk goedkoper is om op een veld slechts een (1) product te telen, en de plantjes zo dicht mogelijk op elkaar te planten, wordt doorgaans het rendement inderdaad verhoogd. Maar daar kleeft wel een enorm risico aan: net als bij dieren in een mega-stal, ontstaan veel gemakkelijker insectenplagen.
‘Op een veld met maar een soort gewas krijgt het insect dat zich gespecialiseerd heeft in dat gewas vrij spel. Immers, de natuurlijke vijand van dit specifieke insect is vaak een ander insect dat zich voedt met een ander gewas. En dat gewas staat niet op zo’n veld. Geen voedsel voor de concurrent betekent geen natuurlijke vijanden op dat veld. En dan krijg je binnen de kortste keren een plaag’.
Maar dat is niet het enige risico; waar veel planten dicht op elkaar staan, is schimmel een groot gevaar. Als een plant is aangetast, dan spreidt dit zich in no time uit over het hele veld.

Dat zijn de belangrijkste redenen dat een boer niet zonder bestrijdingsmiddelen (lees: gif) kan. En aangezien winst, en dus steeds lagere onkosten, steeds belangrijker wordt, kun je je voorstellen dat er eerder meer dan minder bestrijdingsmiddelen op ons eten terecht komt. Dit in tegenstelling tot wat bijvoorbeeld de NVWA beweert.

Wettelijke norm nauwelijks aangepast
Hoeveel resten bestrijdingsmiddelen er op groente en fruit mogen zitten, wordt wettelijk vastgesteld: De zogenaamde Maximale Residu Limiet (MRL). En juist daar gaat het mis. Deze wettelijke normen zijn sinds de tweede wereldoorlog nauwelijks aangepast, terwijl ons voedingspatroon, en vooral de voedingsindustrie, wel enorm is veranderd. Zo zijn we bijvoorbeeld meer groente en fruit gaan eten, en heeft de industrie get gezonde pad verlaten en is afgeslagen naar zelf gemaakt voedsel, waarbij winst en onkostenreductie belangrijker zijn geworden dan jouw en mijn gezondheid. Net als e-nummers zijn bestrijdingsmiddelen aan wettelijke normen gebonden. En net als bij e-nummers zijn die normen vaag en waarschijnlijk misleidend.
Maar dat is nog niet alles: die zogenaamde wettelijke norm gaat over 1 bestrijdingsmiddel. Wat het gevolg is van meer bestrijdingsmiddelen op een product weet niemand, ook niet trouwens wat het gevolg is als je niet een appel per dag eet, maar ook nog een peer en een banaan (bijvoorbeeld).
En waarschijnlijk het aller belangrijkste: we zijn van de voedingsindustrie gewend dat ze liegen en bedriegen, en het zou wel gek zijn als dat hier ook niet het geval zou zijn. Zo staan diverse e-nummers, hoewel goedgekeurd door de EU, steeds meer ter discussie. Dikke kans dat dat met de bestrijdingsmiddelen ook zo is.
Bovendien wordt er bij deze wettelijke regels uit gegaan van volwassenen, terwijl het geen geheim is dat die wettelijke normen voor kinderen, laat staan voor baby’s veel en veel lager zouden moeten zijn. Of nog beter tot 0 gereduceerd.
Dat is bij fruit en groente uit de supermarkt ondanks inspanning van partijen als Foodwatch nog steeds – en bij lange na – niet aan de orde. Zo werd er op een partij sinaasappels een hoeveelheid gif gevonden die de gezondheidsnorm voor baby’s met bijna 1000% overschrijdt. Toch valt dit, raar maar waar, wel binnen de wettelijke norm. Er bestaan dus wettelijke, maar onveilige normen voor bestrijdingsmiddelen op groente en fruit. Hoe kan dat?

Waar gaat het mis?
Als een nieuw landbouwgif op de markt komt, is de fabrikant gek genoeg zelf verantwoordelijk voor het onderzoek naar de schadelijkheid er van. Aan de hand van de gegevens die de fabrikanten zelf aanleveren wordt bepaald of een middel toegelaten wordt op de markt of niet. Dit is als de slager die zijn eigen vlees keurt, of de voedingsindustrie zijn eigen product. Directeur Hans Berkhuizen van Milieudefensie pleitte dan ook in een uitzending van Radar voor onafhankelijk onderzoek
Pieter Sauer, professor Algemene Kindergeneeskunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen, doet al jaren onderzoek naar ongeboren en jonge kinderen en juist deze groep loopt risico als ze teveel landbouwgif binnenkrijgt. Zij zijn extra gevoelig voor toxicologische stoffen. Professor Sauer zou daarom graag zien dat er meer onderzoek gedaan wordt naar de lange termijn effecten van landbouwgif, want ook daarover is weinig bekend.
En dan heb ik het nog niet eens over bestrijdingsmiddelen die in de grond en in het water terecht komen, en zo langs een omweg ook in ons lichaam. En dat terwijl het tegenwoordig heel goed mogelijk is om ‘schoon’ te telen. Kortom, die 3% die de NVWA nu naar buiten brengt, is waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg.

Wat zijn de gevolgen?
Resten van bestrijdingsmiddelen (residuen) zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Gif-resten maken mensen vatbaarder voor kanker, kunnen het zenuwstelsel aantasten, veroorzaken een verstoorde hormoonhuishouding, huid- en oogirritaties, diarree, verminderde concentratie, duizeligheid of buikkrampen, en hebben een nadelig effect op de ontwikkeling van jonge kinderen. De wettelijke normen moeten consumenten hiertegen beschermen, maar doen dat niet of op z’n minst onvoldoende. Daarnaast is er over de gevolgen van meerdere bestrijdingsmiddelen op een product, en over de gezondheidsrisico’s op de lange termijn nog maar weinig bekend. Maar gezien de reputatie van de voedingsindustrie en de overheid, niet al te best is, is het waarschijnlijk eerder erger dan beter.

Wat kun je er zelf aan doen?
Vertrouw je de supermarkten en ook de NVWA niet, gebruik dan je gezonde verstand.
1. Wil je je supermarkt trouw blijven, let dan op de herkomst van de producten. Hoewel ook in Nederland op alle groente- en fruitproducten bestrijdingsmiddelen zitten, zijn de regels hier strenger dan in de rest van Europa, laat staan in de rest van de wereld. Laat producten van buiten Europa dus sowieso links liggen.
2. Schil de niet biologische producten.
3. Verder kun je zelf wel bedenken dat bestrijdingsmiddelen doorgaans giftig zijn, deze niet of nauwelijks van een product af te wassen zijn, laat staan er uit te halen, en dat deze stoffen dus op z’n zachtst gezegd niet gezond voor je zijn. Dus koop groente en fruit waarvan je weet dat ze niet besmet zijn, bijvoorbeeld door ze zelf te telen, of op de biologische markt of in een biologische winkel of biologische supermarkt (EkoPlaza is 100% biologisch) te kopen. Dat geldt voor volwassenen, maar zeker voor (kleine) kinderen en baby’s.

Voor meer tips en een 7-stappenplan voor een gezond eetpatroon voor je kinderen: Niet Te Verteren (boek) en nietteverteren.nl

Een gezond 2016 gewenst en nog vele jaren daarna!

Leave a Reply

Een gezond kind in 7 stappen? Beter en slimmer eten. Boek bestellen