De Kunst Van Het Weglaten…


Na de WHO, die met name waarschuwde voor rood en bewerkt vlees, presenteerde de afgelopen week onze eigen Gezondheidsraad, negen jaar na de vorige, de nieuwe richtlijnen voor onze gezondheid. Daarop baseert het Voedingscentrum begin volgend jaar overigens zijn nieuwe adviezen, zeg maar De Schijf Van Vijf 2.0. Het zou dus mooi zijn als dat in deze tijd van zoveel vaak tegengestelde informatie, nu eens gedaan zou kunnen worden in heldere, niets aan duidelijkheid te wensen overlatende taal, adviezen die wij allemaal kunnen begrijpen. Dat je op basis daarvan zonder angst, of liever nog met vertrouwen een product kan kopen.

Nou, om maar meteen met de deur in huis te vallen, dat is de WHO en de Gezondheidsraad op geen stukken na gelukt. Zeker gezien de manier waarop de media er mee aan de haal is gegaan, zijn we wat mij betreft nog veel verder van huis.

Op het eerste gezicht zijn de richtlijnen super duidelijk en sluiten ze redelijk goed aan bij de zeven stappen uit Niet Te Verteren: veel groente en fruit, (minder) vlees, peulvruchten, (ongezouten) noten, melk of yoghurt, vis, thee, volkoren brood, vette vis, (gefilterde) koffie, zachte margarine (dit is een vreemde eend in de bijt) of plantaardige olie, zo min mogelijk suikerhoudende dranken, geen alcohol, maximaal 6 gram zout en geen voedingssupplementen. Dat laatste is sowieso heel vreemd, aangezien de Raad ook constateert dat grote delen van onze bevolking lang niet komen aan de aanbevolen hoeveelheden van bijvoorbeeld groente en fruit. Maar verder zou je zeggen: klip en klaar! Maar is dat wel zo?

Het advies in het kort

In dit advies zet de Gezondheidsraad op een rij welke voedingsmiddelen en -patronen leiden tot gezondheidswinst. Daartoe heeft de raad de wetenschappelijke kennis over de relatie tussen voeding en chronische ziekten systematisch beoordeeld. Op basis hiervan zijn de nieuwe Richtlijnen goede voeding geformuleerd:

  • Eet volgens een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon conform de onderstaande richtlijnen
  • Eet dagelijks ten minste 200 gram groente en ten minste 200 gram fruit
  • Eet dagelijks ten minste 90 gram bruin brood, volkorenbrood of andere

volkorenproducten

  • Eet wekelijks peulvruchten
  • Eet ten minste 15 gram ongezouten noten per dag
  • Neem enkele porties zuivel per dag, waaronder melk of yoghurt
  • Eet een keer per week vis, bij voorkeur vette vis
  • Drink dagelijks drie koppen thee
  • Vervang geraffineerde graanproducten door volkorenproducten
  • Vervang boter, harde margarine en bak- en braadvetten door zachte

margarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën

  • Vervang ongefilterde door gefilterde koffie
  • Beperk de consumptie van rood vlees en met name bewerkt vlees
  • Drink zo min mogelijk suikerhoudende dranken
  • Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag
  • Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag
  • Het gebruik van voedingsstofsupplementen is niet nodig, behalve voor

mensen die tot een specifieke groep behoren waarvoor een suppletieadvies geldt.

Werkwijze

Deze richtlijnen zijn bepaald op basis van de voedingsrisico’s op 10 benoemde (chronische) ziektes en de preventieve maatregelen die je kunt nemen. Een team van 21 knappe koppen heeft daartoe de afgelopen negen jaar bijna duizend studies tegen het licht gehouden. Daarbij is niet alleen gekeken naar (de meeste) traditionele voedingsstoffen, maar ook naar voedingsmiddelen en voedingspatronen. Daarbij is ingeleverd op voedingsmiddelen (sommige zijn niet meegenomen in het onderzoek, en op definiëring (wat is bijvoorbeeld bewerkt? Heb je het dan over een of twee toevoegingen of neem je het hele scala mee? Logischerwijs koos de Raad voor het laatste). Maar nogmaals: hoe duidelijk zijn die richtlijnen nu?

De media

Diezelfde avond kopte Het Journaal: ‘vers geperst sinaasappelsap net zo schadelijk voor de gezondheid als cola’. Wat moet je daarmee als ouder, of als kind? Dan is zelfs onze laatste strohalm in dit oerwoud van informatie – vers geperste jus – naar de zwarte lijst verbannen door de Raad, althans volgens Het Journaal. Data is voor geen mens te begrijpen. Het is immers net zo slechts als cola en cola – alle cola – zo weten we allemaal is echt heeeuuulll slecht. Wat kun je dan nog drinken? Natuurlijk is dit feitje ruwweg uit zijn verband getrokken, maar als je al niet meer op ons eigen journaal kunt vertrouwen…

De dag erna stond er een 2-pagina-artikel in het AD dat op de voorpagina kopte: ‘De Schijf van 5 op de schop’. Ook dat, zo zullen we binnenkort zien, klopt natuurlijk niet.

Zo interpreteerde elk blad, elke zender, elk programma de richtlijnen op zijn eigen wijze. Dus zo duidelijk en eenduidig zijn die richtlijnen kennelijk niet. En dat is heel jammer.

Als drie keer ooit scheepsrecht had kunnen/moeten zijn, is het nu wel. Het wordt namelijk hoog tijd dat deze Raad zijn verantwoordelijkheid neemt, en in het belang van onze gezondheid duidelijkheid schept in dit oerwoud van dagelijks nieuwe producten, met dagelijks nieuwe ingrediënten, en al die – vaak tegengestelde – informatie waar de media dagelijks mee komt. Daardoor zien we door de bomen het bos niet meer en roepen we in koor: ‘We kunnen niets meer eten, overal krijgen we kanker van’, hetgeen helaas, maar al te waar is.

Schijf Van Vijf

Nou, wat mij betreft heeft De Gezondheidsraad zijn verantwoordelijkheid dus duidelijk niet genomen, maar er gewoon een potje van gemaakt. Hoewel ze er in totaal zo’n 800 studies bij hebben gepakt, is elk voedingsmiddel, elke voedingsstof en elk voedingspatroon beoordeeld op soms 1, maar meestal slechts 2 of 3 studies. De conclusie die de Raad dan ook heel vaak trekt is: ‘er is geen bewijs’, ‘bewijskracht gering’, ‘te weinig onderzoek’ of ‘het bewijs is niet eenduidig’. En daar moet het Voedingscentrum dan chocola van maken, en wij het mee doen.

Ik meldde al eerder dat het Voedingscentrum met handen en voeten gebonden is aan de industrie, dus kun je van dit orgaan moeilijk verwachten dat de informatie, welke dan ook, objectief waar is. Om te beginnen heeft het Voedingscentrum – dat is een publiek geheim – stevige banden met de voedingsindustrie, en de wetenschap, waar deze industrie dankbaar gebruik van maakt om haar informatie aan de buitenwereld te verkopen – een buitenwereld die zowel de Raad, het Centrum als de Wetenschap ziet als een autoriteit, een lichaam dat niet ter discussie staat – simpelweg niet de middelen om alle geheimen van ons menselijk lichaam, zeker in combinatie met alle voedingsmiddelen, met al die voedingsstoffen, te ontrafelen.

Ga maar na, in elk modern product, inclusief vlees, zitten zoveel er door de industrie ingestopte ingrediënten als e-nummers, hormonen, antibiotica, (zware) metalen, etc. in, die ook nog eens op elkaar in werken, dat daar geen enkel wetenschappelijk onderzoek tegen op kan. Dat is de reden dat er in zo’n onderzoek maar een, hooguit twee stoffen uit gehaald en beoordeeld worden. De rest wordt buiten schot gehouden. Wat is dan de waarde van de informatie?

En dat is nog maar de helft van het probleem, of zo je wilt de uitdaging. Want ook ons menselijk lichaam is sowieso al super ingewikkeld en bij geen enkel mens gelijk. Hoe kun je daar conclusies aan verbinden?

Dat kan dus ook helemaal niet. De wetenschap is – dat is mijn conclusie – in zijn eigen val getrapt, is nog slechts het alibi voor de voedingsindustrie – met in zijn kielzog de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum – om hele ongezonde producten – net als in de reclame – als gezond, of in ieder geval ‘bij matig gebruik, nauwelijks schadelijk’ te bestempelen. Op die manier kun je er bij elk product een facet uithalen, daar conclusies aan verbinden die aansluiten bij je eigen belangen, en alle andere facetten – die daar niet of minder bij aansluiten – gewoon weglaten.

En dat zie je duidelijk terug in de richtlijnen van de Gezondheidsraad anno 2015. Daarin zijn ze dan weer wel duidelijk (voor wie het zien wil).

Vroeger was alles beter.

Was het ooit, zo’n veertig jaar geleden, zo dat wat we aten super overzichtelijk was, zowel qua producten als voedingstoffen als voedingspatroon, was het een duidelijk verhaal dat iedereen, ook wij, begreep; aardappels, groente en vlees zonder pesticiden, e-nummers, etc. Dat was het. Maar dat was ooit, tegenwoordig is het aantal voedingsmiddelen zo astronomisch hoog, en de lijst met voedingsstoffen die de voedingsindustrie gebruikt om al die producten samen te stellen soms voor het gevoel oneindig, dat het zelfs voor een wetenschapper onmogelijk is om door de bomen het bos te zien, laat staan voor ons. En het menselijk lichaam is al complex en ingewikkeld genoeg, zonder al die moderne voedingsstoffen, laat staan met.

Daar kan je niet anders mee om gaan dan door slechts enkele facetten te benoemen, en een groot deel gewoon weg te laten, dan wel te verzwijgen, daarvoor is het simpelweg te complex. Data heeft wel een keerzijde; als industrie, Raad en Centrum kun je daar keuzes in maken, keuzes die jou het beste uitkomen. Daarmee geef je de industrie een alibi om schadelijke producten te maken en te verkopen, en de wetenschap ten onrechte het vertrouwen ons daar de juiste informatie over te verschaffen.

Wat kunnen we nog wel eten?

Onder het mom van: dit is de waarheid, en niets dan de waarheid zoekt de Raad de grenzen op van wat nog verkoopbaar is aan de consument; wat pikken wij nog? Zoals gezegd, beperken ze zich daarbij tot de facetten die begrijpbaar zijn en waar lijken, zelfs niet ter discussie lijken te staan.

Terwijl het juist gaat om de facetten die ze weg laten. Alsof het helemaal niet uitmaakt dat een goedje, bijvoorbeeld suiker, natuurlijk of bewerkt – geraffineerd – is. Of dat een appel of een stronk broccoli vol zit met pesticiden, er glucosefructosestroop in zo ongeveer alle industriële producten zit, of aspartaam de producten voor kinderen opleukt. Dat ons lichaam dat spul gewoonweg niet kunnen verteren. Kennelijk doet dat er nu even niet toe, terwijl dat juist, volgens steeds meer geleerden, de oorzaak is van de stijgende cijfers die bijhouden hoeveel mensen er jaarlijks sterven aan dezelfde tien ziektes waar de Gezondheidsraad zich op baseert.

Biologisch

Er wordt door de Raad ook helemaal niets gezegd over het verschil tussen industriële voeding en biologische voeding. En dat is gek. Want e-nummers, hormonen, antibiotica en (zware) metalen horen wat mij betreft in dit verband ook tot toegevoegde stoffen, want daarmee worden producten ook, en in steeds grotere mate, bewerkt. Bovendien zijn er talloze onderzoeken gedaan waarin het verband met deze stoffen en de tien ziektes die de Raad er nu bij heeft gehaald, heel duidelijk wordt gelegd, maar kennelijk hebben de geleerden die dit onderzoek hebben gedaan deze studies niet gevonden, dan wel gewoon genegeerd. Was het niet belangrijk, of niet in hun belang. Maar ons belang dan?

Ook kwam ik niets tegen over de manier waarop voedsel bereid wordt. Dat voedsel gebakken of gewokt in plantaardige olie (bijvoorbeeld olijfolie) ongezond is, tenzij je het in een olie of vet bereid die niet van samenstelling verandert als je het verhit (bijvoorbeeld kokosolie), lees je nergens, terwijl het negatieve verband, als je ze aanhoudt tegen ernstige ziektes, ook wat dat betreft door diverse wetenschappers al is bewezen.

Gezonde verstand

Opeens valt bij mij het kwartje: in de richtlijnen van de Voedingsraad ontbreken volledig de duizenden moderne producten die in de schappen van de supermarkt liggen, het gaat slechts over traditionele producten (voedingsmiddelen); producten als brood, melk, vlees, etc. niet over voorverpakte maaltijden, koeken, repen, snoepgoed, ontbijtgranen, etc. En niet of nauwelijks over wat daarmee is gedaan door de industrie, wat ze er aan toegevoegd hebben (e-nummers bijvoorbeeld) of hoe het is bereid.

Briljant gevonden, zeg maar de kunst van het weglaten, en dat beheerst de industrie als geen ander, zo dachten we, maar naar nu blijkt kan de Gezondheidsraad er ook wat van. Datzelfde geldt voor vertrouwen; deze producten kennen we al eeuwen, dus wat kan daar mis mee zijn? Die vertrouwen we.

Om die conclusie te trekken hoef je geen wetenschapper te zijn of te hebben gestudeerd, daarvoor heb ik – net als iedereen – gewoon mijn eigen gezonde verstand gekregen.

En dat is ook het enige wat telt: je gezonde verstand. Daarmee kun je op je vingers wel natellen dat het een stuk gezonder is om producten te kopen waar geen gevaarlijke e-nummers, geraffineerde suiker, tafelzout, zware metalen, transvetten, antibiotica, hormonen, etc. in zitten, dan producten waar deze wel in zitten. Dat geldt ook – en zelfs nog in meerdere mate – voor die oude, vertrouwde producten als vlees, brood en melk.

Niet Te Verteren

Wat dat betreft is het eigenlijk super simpel; In mijn boek Niet Te Verteren staat het honderd keer duidelijker omschreven, en in voor iedereen te begrijpen taal: eet en drink natuurlijk (dus biologisch), producten waar niets aan of in zit wat daar niet hoort. Dat is de enige en veruit de beste richtlijn die je zou moeten volgen. Dat begrijpt zelfs een kind…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Een gezond kind in 7 stappen? Beter en slimmer eten. Boek bestellen