Hoe de voedselindustrie ons misleidt (deel 2).

De blog hiervoor ging over hoe de voedingsindustrie ons misleidt door de waarheid over producten die ze produceren op allerlei manieren onder het tapijt te vegen.

Vorige week ben ik, vlak voor de presentatie van Niet Te Veteren, naar de kapper geweest. Mijn kapster bleek heel geinteresseerd in gezonde voeding en had daar ook wel gedachten over, ‘maar’, zei ze, ‘je krijgt zoveel tegenstrijdige informatie dat je niet meer weet wat je moet geloven’. ‘Dat komt’, zei ik, ‘omdat de voedselindustrie met opzet de publieke opinie misleidt. Zestig procent van de informatie die we krijgen over voeding, komt van de voedingsindustrie zelf. Het is de op twee na grootste industrie, dus kunnen ze kopen wat en wie ze willen, inclusief wetenschappers.’

Neem nu de laatste ‘grap’: Foodwatch kwam naar buiten met een rapport over de slechte kanten van zes e-nummers. Hoewel deze bepaald niet de ergste zijn, kreeg dat rapport nogal wat aandacht. Voor Albert Heijn reden om alle producten waar die zes in zitten uit de schappen te bannen. Big news, maar weet je om hoeveel producten dat gaat? Dertig! Nou nou, tut tut! Maar veel mensen zullen denken: Wat goed van Albert Heijn. Zo werkt dat!

De Amerikaanse tak van Friends of the Earth legde juni dit jaar in het rapport Spinning Food nog een paar misleidingstactieken van de voedselindustrie bloot. Wat kunnen we daar, hier in Nederland, van leren.

Tactiek 1. Schakel een belangengroep in.

Edward Bernays wordt wel de vader van de moderne PR genoemd. Hij zette de toon toen hij een team van dokters in huurde om de zogenaamde voordelen van spek bij het ontbijt te promoten. Hij vergat hierbij te vermelden dat de dokters betaald werden door de varkensindustrie. Dit was de eerste keer dat een belangengroep werd opgezet die lijkt te werken in het algemeen belang, maar slechts de belangen van de industrie behartigt: mee winst!

Sindsdien worden ze veelvuldig ingezet om jouw vertrouwen te winnen. In totaal ging er vorig jaar in Amerika 126 miljoen dollar naar veertien van dergelijke belangengroeperingen.

Tactiek 2. Bouw je eigen website

Maar je kunt natuurlijk ook belangengroepen bedenken. Zo gebruiken grote bedrijven websites en platforms die de schijn wekken van onafhankelijkheid, maar die juist keiharde bedrijfs-PR verspreiden. GMOAnswers.com is zo’n website. De website pronkt met de claim dat onafhankelijke experts, veelal topwetenschappers, in hun vrije tijd vragen beantwoorden, omdat ze het belangrijk vinden dat mensen goed voorgelicht worden, maar achter de schermen zijn het de usual suspects, zoals BASF, Monsanto en Syngenta, die de site hebben opgericht. En veel van de betrokken wetenschappers – wat een verrassing – werken voor een van deze bedrijven. Dat die antwoorden positief uitpakken voor de voedingsindustrie, is natuurlijk buiten kijf.

Tactiek 3. Koop je eigen wetenschappelijk bewijs en zaai verwarring

Leidinggevenden van een tabaksgigant schreven in een beroemd memo over de communicatiestrategie in 1969 al: “Twijfel is ons product. Dit is de beste manier om te concurreren met de ‘bewijslast’ die zich in de hoofden van het publiek heeft opgebouwd”.

Dat deze tactiek tegenwoordig nog steeds werkt, bleek deze maand weer eens toen The New York Times kwam met de onthulling dat Coca-Cola onderzoek heeft gefinancierd waaruit zou blijken dat teveel eten en het drinken van frisdranken niet de hoofdoorzaak van obesitas is. Deze boodschap wordt, niet verrassend, verspreid door de belangengroep Global Energy Balance Network, die vorig jaar 1,5 miljoen dollar van Coca-Cola ontving.

Tactiek 4. Sponsor overheidsprogramma’s

Niet alleen in de VS weet de voedselindustrie zichzelf in overheidsprogramma’s te wurmen, in Nederland gebeurt dat ook. Het Convenant Gezond Gewicht en het deelconvenant Jongeren op Gezond Gewicht, opgericht om de golf van obesitas in Nederland tegen te gaan, ontvangen geld van de voedingsindustrie. De voorzitter Rosenmöller is in zijn nopjes met die sponsoring: ‘De publiek-private samenwerking is heel geschikt om het probleem van overgewicht aan te pakken’. Maar het lijkt er meer op dat bedrijven als Coca Cola, Mars en Nutricia het overheidsprogramma gebruiken om hun laagwaardige voedselproducten de scholen binnen te krijgen. Het vermoeden van belangenverstrengeling wordt versterkt doordat bij adviesbureau Schuttelaar en Partners het secretariaat van het Convenant huist en zij ook de maatschappelijk communicatie voor grote bedrijven uit de voedingsindustrie verzorgen.

Tactiek 5. Breng tegenstanders in diskrediet

Enkele decennia geleden onderzocht Tyrone Hayes van de Universiteit van Berkeley in opdracht van Syngenta de effecten van het bestrijdingsmiddel atrazine op amfibieën. De resultaten duidden op een hormoonverstorende werking van dit herbicide. Door de negatieve resultaten raakte hij gebrouilleerd met Syngenta en onderzocht hij op eigen voet verder. Met keer op keer hetzelfde resultaat: atrizine is gevaarlijk voor mensen.

Als reactie vroeg Syngenta Don Coursey, een professor aan de Universiteit van Chicago, om tegen een uurloon van 500 dollar! per uur economische analyses te maken die de noodzaak van atrazine aantoonden Bovendien wendde het bedrijf haar invloed en geld aan om deze pro-atrazine artikelen in de media gepubliceerd te krijgen. Tenslotte kocht het bedrijf zoektermen op Google, zoals ‘Tyrone Hayes’ en ‘atrazine frogs’, op om de informatieverstrekking op internet te kunnen controleren. Nogmaals, zo werkt het.

Tactiek 6. Lobby

Foodwatch en CEO houden zich al jaren bezig met een campagne waarin ze oproepen tot een kleurcodering van voedingsproducten: groen is goed en rood is fout. Op die manier weten consumenten in één oogopslag waar ze aan toe zijn. Dit voorstel heeft het echter niet gehaald in het Europese Parlement. In plaats daarvan kozen de parlementariërs in 2010 voor het door de industrie aangedragen alternatief van het weergeven van ‘aanbevolen dagelijkse hoeveelheden’ op de verpakking. Geen toeval, want de industrie had circa 1 miljard euro uitgegeven aan lobby-praktijken. In Brussel staan tegenover 1 parlementarier, 40 lobbyisten!

Ook was geld besteed aan wetenschappelijk onderzoek om hun systeem te ondersteunen. De ngo European Food Information Council (EUFIC) bekeek het nut van labellen van verpakkingen, maar onderzocht alleen de alternatieven van de industrie en vergeleek die niet met de voorgestelde kleurcodering. De wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd werd bepaald door een medewerker van EUFIC, en laat EUFIC nou geld hebben ontvangen van de voedselindustrie.

Een Australische studie die wel de kleurcodering met het alternatief van de voedselindustrie vergeleek, liet zien dat de consument vijf keer beter het gezonde alternatief eruit pikte met de kleurcodering. Ondanks dit duidelijke resultaat stuurden de bedrijven regelmatig e-mails naar de parlementariërs met ‘stemadvies’ voor hun alternatief.

Tactiek 7. Beïnvloed de media

Daarbij spelen de media, ook dat is geen verrassing, een doorslaggevende rol. Bijvoorbeeld door biologische voeding door het slijk te halen. Zo bestempelde The New York Post in het artikel De tirannie van de biologische moedermaffia moeders die hun kinderen gezond biologisch voeden als snobistisch en elitair. Met een glimlach om de mond is er te lezen: “Biologisch voedsel is niet automatisch beter. Het is een term die is ingelijfd en gemanipuleerd tot een miljardendollarindustrie door sommige van de grootste voedselbedrijven in Amerika”. In Slate verscheen het veel gedeelde artikel Organic Schmorganic, dat concludeerde dat biologisch voedsel geen gezondheidsvoordelen heeft en conventioneel voedsel geen teveel aan schadelijke pesticiden bevat. En veertig kilo geraffineerde suiker is goed voor je. Gelukkig kwamen Engelse wetenschappers eind vorig jaar met de voor de hand liggende en logische conclusie dat biologische voeding (veel) gezonder is dan industriele, dus bewerkte voeding. Hoe kan dat toch?

The New York Post baseert zich op een rapport van Academics Review, een organisatie waar zogenaamde  ‘echte’ wetenschappers de zogenaamde ‘waarheid’ boven tafel brengen. Zij hekelen de ‘misleidende marketingpraktijken’ van de biologische industrie die erop gericht zijn de consumenten ‘valse en misleidende’ informatie over niet-biologisch voedsel te geven. Echte bewijzen hiervoor geven ze echter niet.

Een van de hoofdrolspelers bij Academics Review is Bruce Chassy, iemand die nauw betrokken is bij GMOanswers.com, onderzoeksgelden ontving van Monsanto, Genencor en Amgen en in de Raad van Bestuur van de American Council on Science and Health (ACSH) zit. Deze instelling ontvangt geld van onder andere Syngenta en Bayer CropScience. Hij is geregeld in de media terug te vinden met een standpunt dat overeenkomt met de belangen van de industrie.

Concluderend

Het gaat de voedingsindustrie niet om gezonde mensen, maar om zoveel mogelijk winst. Daarvoor gaan ze heel ver. En aangezien ze bulken van het geld, ‘kopen’ ze gewoon hun gelijk, ondanks al die vervelende bijwerkingen zoals kanker, hart- en vaatziektes en diabetes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Een gezond kind in 7 stappen? Beter en slimmer eten. Boek bestellen