Monthly Archives: september 2017

Een (te) hoog cholesterolgehalte, wat doe je er tegen?

By | Uncategorized | No Comments

Afgelopen week had ik de eerste consult bij mijn nieuwe huisarts. Mijn bloedwaarden waren ‘voortreffelijk’ met, zo op het eerste gezicht alleen te hoge waarden van mijn cholesterol-gehalte (LDL was 3.9, 1.4 boven de grens). Eigenlijk zou ze me statines moeten voorschrijven, maar dat deedze niet. Na verhalen van haar patienten over deze medicijnen, heeft ze ze zelf uitgeprobeerd. En inderdaad ze werd er vergeetachtig van, en stopte na 3 dagen. Hieronder een filmpje en het verhaal over waarheid en leugens over cholesterol.

 

Statines (cholesterolremmers, cholesterolverlagers, cholesterol verlagende medicijnen) worden zwaar gepromoot, gebruikt door miljoenen mensen en zijn één van de meest voorgeschreven medicijnen. Medische autoriteiten claimen dat statines het risico op hartziekten en beroertes verkleinen, omdat ze ‘slechte’ LDL cholesterol verlagen. Dit wordt weerlegd door onafhankelijke onderzoeken en statistieken.. Lipoproteïnen LDL, HDL en VLDL

Maar wat is dat eigenlijk, cholesterol? Cholesterol is de belangrijkste bouwsteen voor de celmembranen en hormonen zoals oestrogeen en testosteron. Best belangrijk dus. Toch heeft cholesterol een slecht imago. Dat komt omdat we te weinig kennis van zaken hebben, en teveel vertrouwen op wat onze huisarts ons voorschrijft. Dat is jammer, want ook die hebben doorgaans weinig kennis van zaken als het om voeding (natuurlijke medicijnen) gaat, en doen wat hen is voorgeschreven toen ze hun diploma haalden: volg de richtlijnen. En denk daar verder niet heel erg over na. Want de huisarts is een heel belangrijk radertje in de motor van de farmaceutische industrie en die heeft maar een belang: zoveel mogelijk winst, dus tevreden aandeelhouders. Jouw gezondheid komt daar mijlenver achteraan.

Nu het hele verhaal: Cholesterol is een stof die we niet kunnen missen! Het wordt voor 80% door ons eigen lichaam (de lever) aangemaakt, en 20% krijgen we binnen via de voeding. Hoe kun je zien/weten dat je cholesterol in orde is? Daarbij spelen drie waarden een belangrijke rol: ten eerste natuurlijk de algemene cholesterol-waarde (5 is prima, meer wordt steeds gevaarlijker), LDL (‘slechte’) en HDL (‘goede’). Alles hangt af van de verhouding tussen LDL en HDL. Iemand met een relatief hoge totale cholesterolwaarde kan zelfs prima gezond zijn door een hogere HDL waarde in het bloed. Zelfs iemand met een totale cholesterol van 5 kan in de gevarenzone zitten door een te hoge LDL verhouding ten opzichte van HDL.

 

Risico’s

Wat zijn de risico’s als je boven de 5 komt? Nou, die zijn niet misselijk. Het belangrijkste risico van een te hoog cholesterolgehalte is (ernstige) problemen met het hart en de bloedvaten, waardoor je van het ene op het andere moment kunt sterven aan een hartaanval of beroerte. Dit is inmiddels de tweede doodsoorzaak van ons land. Aangezien we geen cholesterol-meter om onze pols hebben, moet je vooral letten op: kortademigheid, erectie problemen, minder energie, hartkloppingen en verminderde eetlust. Maar er is nog een belangrijk risico: medicatie. Volgens de autoriteiten moet een huisarts statines voorschrijven als je DLD boven de 2,5 komt. Behalve dat dat gezien wat ik zojuist vertelde gedeeltelijk onzin is (er is meestal niets aan de hand als je 3 of 4 hebt, omdat zoals gezegd het gaat om de verhouding tussen LDL en HDL), toch is de dokter verplicht je statines voor te schrijven. Maar…, deze medicijnen hebben vreselijke bijwerkingen: geheugenverlies (op langere termijn dementie en Pakinson), maar ook kanker. Daar zou ik pas aan beginnen als de cijfers dramatisch zijn.

 

Statines

Wereldwijd bedraagt de omzet van statines meer dan 29 miljard (!) dollar. De farmaceutische industrie heeft geen last van gewetenswroeging, in tegendeel die gaan letterlijk over lijken. Op de bijsluiter staan bijvoorbeeld de volgende bijwerkingen:

Verstopping, winderigheid, verstoorde spijsvertering, misselijkheid, diarree, gebrek aan eetlust, braken, tekort aan bloedplaatjes, trombocytopenie, minder weerstand. haaruitval, verstoring glucosespiegel, ontsteking van de alvleesklier, slapeloosheid, geheugenverlies, hoofdpijn, duizeligheid, jeuk, pijn aan armen en benen door zenuwaandoeningen (perifere neuropathie, hepatitis gepaard gaande met geelzucht, huiduitslag, galbulten, allergische reacties, ademhalingsmoeilijkheden, spier- en gewrichtspijn, spieraandoeningen, afbraak van spierweefsel gepaard gaande met spierkrampen, koorts en roodbruine verkleuring van de urine, impotentie, algemene lichaamszwakte, pijn op de borst, rugpijn, vochtophoping in armen en benen, gewichtstoename en verhoogde kans op diabetes.

 

Het risico verkleinen

Wat kun je er zelf aan doen? Veel! Om te beginnen zou ik in plaats van statines kiezen voor een natuurlijke geneesmiddel: rode rijstpil. Dit middel is zonder voorschrift te krijgen in gezondheidswinkels. Dit natuurlijke medicijn kost slechts 12 cent per pil (eenmaal daags), levert direct resultaat op en heeft geen bijwerkingen. Daarnaast zou ik (slecht) vet (denk aan fastfood, de snelle hap en kant-en-klaar maaltijden), (geraffineerde) suiker, vlees en zuivel inruilen voor (liefst onbespoten) groente en fruit (varieer daarin) en (biologische) vis.

Dus bijvoorbeeld elke dag drie keer een (liefst verschillend) stuk fruit en drie porties verschillende groente is een goed begin. Ook het stoppen met chips en andere producten met bewerkte stoffen is belangrijk voor het verlagen van je cholesterol.

 

Beweging

Als je weinig beweegt, zou ik dat meer gaan doen. Denk daarbij aan simpele dingen als de fiets in plaats van de auto, wandelen, de trap in plaats van de lift, etc., maar je kunt natuurlijk ook een paar keer per week (rustig) gaan hardlopen, op een sport, of naar de sportschool gaan. Een combinatie van kracht- en cardiotraining is het beste om cholesterol te verminderen.

Conclusie: Laat de statines links liggen, en ga voor natuurlijke medicijnen. Neem, indien nodig, rode rijstpillen, stap van een ongezond eetpatroon over op gezonde – onbewerkte – voeding (dus zonder geraffineerde suiker en zout, trans-, of onverzadigd vet) en houd je gezondheid in eigen hand. Dan leef je gezonder, loop je veel minder risico en is het leven nog goedkoper ook.

 

De dag waarop onze toekomst werd bezegeld.

By | Uncategorized | No Comments

Als soort heeft de mens miljoenen jaren natuurlijk voedsel gegeten en gedronken; planten, water, noten, zaden, vlees, vis, fruit en andere producten die in de natuur groeiden of leefden, waar niet aan geknutseld was. Hoewel er vanaf begin twintigste eeuw, met name in Amerika, al behoorlijk aan de poten van natuurlijke voeding werd gezaagd, duurde het nog tot 8 april 1999 voordat de voedingsindustrie echte voeding definitief de doodsteek gaf. Laten we eens terug gaan naar die gedenkwaardige dag… <!–more–>

‘Op die dag’, zo beschrijft de Amerikaanse voedingswetenschapper en schrijver Michael Moss in zijn boek Salt, Sugar & Fat (Zout, suiker & vet) deze misschien wel meest belangrijke gebeurtenis uit de geschiedenis van de voedingsindustrie. ‘kwamen elf topmannen van de grootste voedingsbedrijven van Amerika in het grootste geheim bijeen om een groeiend probleem voor de Amerikaanse samenleving, maar ook voor henzelf te bespreken.’Samen waren ze goed voor 700.000 werknemers en een jaarlijkse omzet van 280 miljard dollar. ‘Nestlé was aanwezig, evenals Kraft en Nabisco, General Mills en Procter & Gamble, Coca-Cola en Mars. Er was slechts één agendapunt: de opkomende obesitasepidemie in Amerika en hoe daarmee om te gaan? Het bedrijf Pillsbury was gastheer.

Suiker, zout en vet

Twee mannen in de bijeenkomst domineerden het strijdtoneel. Ze vertegenwoordigden de levensmiddelengiganten Cargill en Tate & Lyle, die tot taak hadden de CEO’s te voorzien van de ingrediënten waarmee ze erop vertrouwden de strijd om de consument te winnen, de drie steunpilaren van bewerkte voedingsmiddelen, de veroorzakers van trek: suiker, zout en vet. Alle CEO’s hadden die in enorme hoeveelheden nodig om van hun producten succesnummers te maken. Dit waren ook de ingrediënten die, meer dan alle andere, rechtstreeks verantwoordelijk waren voor de obesitasepidemie. Samen hadden de twee producenten het zout, dat op tientallen manieren werd verwerkt om te zorgen voor een maximale stoot tegen de smaakpapillen bij de allereerste hap, de vetten, die de grootste ladingen calorieën leverden en mensen er op een subtielere manier toe brachten te veel te eten en suiker, die door zijn brute vermogen om de hersenen te prikkelen misschien wel het geduchtste ingrediënt van allemaal was en de samenstelling van vrijwel alle producten in de supermarkt bepaalde.’

Overgewicht en obesitas

De hamvraag waar tijdens deze bijeenkomst een gezamenlijk antwoord op gevonden moest worden was: in hoeverre is de industrie verantwoordelijk voor het alsmaar stijgende aantal kinderen met overgewicht? En in hoeverre wilde de industrie die verantwoordelijkheid ook nemen? Met andere woorden: wilden ze hun producten zodanig aanpassen dat de Amerikaanse jeugd weer gezond werd? De eerste spreker, Michael Mudd, adjunct-directeur van Kraft, was van de gematigde tak. Hij begint zijn degelijk voorbereidde speech volgens Moss met: “Ik stel het zeer op prijs dat ik in de gelegenheid ben gesteld het met u te hebben over obesitas onder kinderen en de toenemende uitdaging waarvoor die ons allemaal plaatst. Laat ik meteen opmerken dat dit geen eenvoudig onderwerp is. Er zijn geen eenvoudige antwoorden op de vraag wat gezondheidszorg moet doen om vat te krijgen op dit probleem. Of op de vraag wat de voedingsindustrie moet doen, nu anderen haar verantwoordelijk willen stellen voor wat er is gebeurd. Maar zoveel is duidelijk: voor degenen van ons die deze kwestie grondig hebben bekeken, of het nu deskundigen op het gebied van de volksgezondheid zijn of stafspecialisten in uw eigen bedrijf, wij weten zeker dat we één ding niet moeten doen, namelijk nietsdoen”.

Mudd visualiseerde zijn betoog met maar liefst 114 dia’s, die op een groot scherm achter hem werden geprojecteerd. Het werd een onomwonden verhaal, recht voor z’n raap.

Verbijsterend

Hij wilde niets verbloemen. De koppen en uitspraken en cijfers waren zonder meer verbijsterend. Van meer dan de helft van de Amerikaanse volwassenen werd aangenomen dat ze overgewicht hadden, terwijl bijna een kwart van de bevolking – 40 miljoen volwassenen – zoveel extra ponden meedroeg dat ze klinisch als obees werden aangeduid. Onder kinderen was het percentage meer dan verdubbeld sinds 1980, het jaar waarin de vetlijn in de grafieken naar boven begon te buigen en het aantal kinderen die als obees werden beschouwd de 12 miljoen was gepasseerd. (Het was nu pas 1999; de nationale obesitascijfers zouden nog veel hoger worden.). Toen kwamen de kenmerken: diabetes, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, galblaasziekte, osteoartritis, drie typen kanker (borst-, darm- en baarmoederhalskanker) – allemaal namen ze toe. In wisselende mate, zo kregen de managers te horen – en werd obesitas genoemd als een van de oorzaken van elk van deze gezondheidscrises’.

Mudd confronteerde zijn kritische publiek vervolgens met de realiteit zoals die werd ervaren door hun klanten uit de middenklasse; die hadden geen tijd om te sporten omdat ze twee banen hadden. En omdat ze moeite hadden de eindjes aan elkaar te knopen en dit moderne voedsel goedkoop was, dachten ze niet te veel na over hun eetgedrag.

“De media maakten goede sier bij deze mensen”, zei Mudd. “Ze schreven voorpagina-artikelen over obesitas en de rol van de industrie bij het aanmoedigen van overconsumptie”.

Beschuldigend vingertje

Op het scherm vertoonde hij een fragment van een nieuwe documentaire van tv-zender PBS, Fat, waarin Walter Willett, hoofd van de faculteit voedingsleer van Harvard, direct met de beschuldigende vinger naar de voedingsbedrijven wees: “Het feit dat voedsel een industrieel product werd, leverde echt een fundamenteel probleem op”, zei Willett. “Ten eerste heeft de feitelijke productie het voedsel van zijn voedingswaarde ontdaan. De meeste granen zijn omgezet in zetmeel. We hebben suiker in geconcentreerde vorm, en veel van de vetten zijn geconcentreerd en daarna, tot overmaat van ramp, gehydrogeneerd, waardoor transvetzuren ontstaan, die zeer ongunstige gevolgen hebben voor de gezondheid”.

“Levensmiddelenfabrikanten kregen niet alleen de wind van voren van de zijde van geduchte critici van Harvard, de federale Centers for Disease Control and Prevention, de Amerikaanse Hartstichting en de Kankervereniging”, zo concludeerde Mudd. “Ze waren nu ook belangrijke bondgenoten aan het verliezen. De minister van Landbouw, die zich lang door de industrie had laten leiden, had obesitas onlangs een ‘nationale epidemie’ genoemd. En het viel gemakkelijk in te zien hoe het hoofd van het Amerikaanse ministerie van Landbouw, de USDA, ertoe kwam te bijten in de hand die het voedde. Het ministerie bevorderde gezond eetgedrag door middel van de voedselpiramide, met granen aan de basis en veel kleinere hoeveelheden zoetigheden en vet dichter bij de punt. Hun bedrijven”, zei Mudd tegen de belangrijkste managers van het land, “stimuleerden juist de tegenovergestelde gewoonten. Als je de categorieën van de levensmiddelenreclame, met name reclame voor kinderen, zou afzetten tegen de voedselpiramide, zou de piramide op haar kop komen te staan”, zei hij. “Wij kunnen niet doen alsof voedingsmiddelen geen deel uitmaken van het obesitasprobleem. Geen enkele geloofwaardige deskundige zal de toename van obesitas uitsluitend aan verminderde lichamelijke inspanning toeschrijven”.

De volgende dia op het scherm wierp de gevaarlijke vraag op: ‘Waardoor wordt de toename veroorzaakt?’ En gaf zelf het antwoord: ‘Doordat voordelige, smakelijke, in megaverpakking aangeboden, energierijke voedingsmiddelen overal verkrijgbaar zijn’. Met andere woorden, precies die voedingsmiddelen waarop deze managers, samen met hun gildebroeders in de fastfoodketens, het succes van hun bedrijf hadden gebaseerd.

De schuldvraag

Daarmee legde Mudd in zekere zin de schuld van de obesitasepidemie in Amerika bij de CEO’s. Dat was al wat, maar met de kaart die hij daarna op tafel legde, raakte hij pas echt een gevoelige snaar van de voedingsmiddelenindustrie. Want wie had gedacht dat hij de producten die de voedselindustrie produceerde in verband zou brengen met het allerlaatste waarmee de CEO’s hun producten in verband gebracht wilden zien worden: sigaretten? De eerste dia liet een citaat zien van een hoogleraar psychologie en volksgezondheid van de universiteit van Yale, Kelly Brownell, die de voedingsmiddelenindustrie beschouwde als een groot gevaar voor de volksgezondheid:

“Als beschaving waren we geschokt door de reclames van tabaksbedrijven gericht op kinderen, maar we kijken werkeloos toe nu de voedingsbedrijven precies hetzelfde doen. En we zouden kunnen stellen dat de tol die slechte voeding van de volksgezondheid eist, de tol van de tabak evenaart”.

Mudd liet toen op het scherm een groot geel waarschuwingsbord zien met de woorden GLIBBERIGE HELLING.

“Als ook maar iemand in de voedingsmiddelenindustrie er ooit aan twijfelde dat daar een glibberige helling lag, dan denk ik dat hij op dit moment een onmiskenbaar gevoel van glibberen begint te krijgen”, zei hij. Hoewel het de schijn heeft dat sigaretten niet zijn te vergelijken met chips, ontbijtrepen of cola, zo liet hij weten, liggen dezelfde advocaten die de rijke buit van de tabaksrechtszaken in de wacht sleepten, ook nu weer op de loer, klaar om ook de voedingsindustrie te treffen. Bovendien werkte de Amerikaanse woordvoerder op het gebied van volksgezondheid, wiens bureau al in 1964 de historische aanval op de sigaretten had gelanceerd, aan een rapport over obesitas. In handen van deze advocaten en politici zou de voedingsindustrie met name ten aanzien van één aspect van de obesitascrisis kwetsbaar blijven: het publieke karakter van overeten en de gevolgen daarvan. De aanblik van een volwassene met overgewicht die langs de schappen met levensmiddelen sjokte, of van een kind met overgewicht op de speelplaats, was sprekend genoeg.

“Obesitas is een uiterst zichtbaar probleem”, zei Mudd. “Naarmate het meer voorkomt, zal iedereen het kunnen zien”.

Het antwoord

Toen gooide Mudd het over een andere boeg. Hij kwam niet met nog meer slecht nieuws maar presenteerde het plan dat hij en de andere ingewijden in de industrie hadden bedacht om het obesitasprobleem aan te pakken. De managers zover krijgen dat ze een zekere aansprakelijkheid erkenden, was een belangrijke eerste stap, wist hij, dus zijn plan ging van start met een kleine maar belangrijke maatregel.

“De industrie”, zei hij, “moest de obesitascrisis oppakken en de expertise van wetenschappers – die van haarzelf en andere – gebruiken om een veel dieper inzicht te krijgen in datgene wat Amerikanen ertoe dreef om zich te overeten”.

Als ze dit wisten, kon er op meerdere fronten aan het probleem worden gewerkt. In elk geval was er geen ontkomen aan de rol die verpakte levensmiddelen en drank speelden bij overconsumptie te benoemen.

‘Sommige toplieden van de industrie hadden de discussie al geopend over de vraag in hoeverre voedingsmiddelen trek konden oproepen en de beste bedoelingen van dieethouders onderuit konden halen. Om deze trek terug te dringen zouden ze hun gebruik van zout, suiker en vet moeten reduceren, misschien door in de hele industrie limieten in te voeren. En dan niet op de matig verkopende vet- of suikerarme artikelen die bedrijven op de winkelschappen zetten voor dieethouders, maar op de goed verkopende hoofdproducten zelf, die een enorme invloed hadden op de volksgezondheid.’

Daarbij ging het niet alleen over deze drie ingrediënten en hun samenstelling, ingrediënten waarmee de industrie haar producten zo lekker en aantrekkelijk mogelijk probeerde te maken, ook de reclame en marketing voor hun producten waren daarbij cruciaal.

‘Omdat Mudd de hoge heren niet al te zeer voor het hoofd wilde stoten, benadrukte hij dit aspect van hun professie. Hij stelde voor een code in het leven te roepen “om de voedingsaspecten van de voedselmarketing te bewaken, met name voor kinderen”.

(Gebrek aan) beweging als alibi

Hij stelde ook voor om de rol van lichaamsbeweging bij gewichtsbeheersing te gaan propageren, omdat niemand kon verwachten dat hij een goed figuur zou krijgen – of houden – door op de bank te blijven zitten. Het kon hierbij gaan om mededelingen van de overheid, zei hij, of om een indringende, regelrechte reclamecampagne.

“Ik wil hierover heel duidelijk zijn”, zei Mudd tot besluit, en hij benadrukte bepaalde woorden in de tekst van zijn presentatie om ervoor te zorgen dat er geen misverstanden over zouden ontstaan:

“Als we zeggen dat het veel tijd zal kosten om het obesitasprobleem op te lossen, en zelfs als we het woord “oplossen” gebruiken, willen we geen moment suggereren dat dit programma of de voedingsindustrie het probleem alléén kan oplossen. Of dat dát de maatstaf voor het succes van dit programma is. We zeggen wél dat de industrie een oprechte poging moet doen om déél te zijn van de oplossing. En dat wij, door dat te doen, mede de kritiek kunnen smoren die wij te verduren krijgen. Wij hoeven het obesitasprobleem niet in ons eentje op te lossen om de kritiek te pareren. Maar wij moeten wel een oprechte poging doen om déél te zijn van de oplossing als we willen voorkomen dat we aan de schandpaal worden genageld”.

Wat er daarna gebeurde, is niet op schrift gesteld, maar volgens drie aanwezigen richtten, toen Mudd was uitgesproken, alle ogen zich op Stephen Sanger, het hoofd van General Mills, het bedrijf dat het meest te verliezen had.

Sanger had in het midden van de voorste rij gezeten, op een plaats die zijn positie in de pikorde symboliseerde. Nu stond hij, gespannen als een veer, op om iets tegen Michael Mudd te zeggen. Hij was zichtbaar ontdaan.

De schuld ligt bij de consument zelf

Om te beginnen herinnerde Sanger de groep eraan dat consumenten ‘grillig’ waren, net als hun pleitbezorgers in hun ivoren torens. Hun zorgen over de gezondheidsimplicaties van verpakte voedingsmiddelen kwamen en gingen. Nu eens maakten mensen zich zorgen over suiker, dan weer over vet. Maar doorgaans, zei hij, kochten ze waar ze van hielden, en ze hielden van datgene wat lekker smaakte.

“Praat me niet van voeding”, zei hij, het geluid van de doorsneeconsument vertolkend. “Heb het tegen mij over smaak, en als het ene spul beter smaakt, ga je dan niet uitsloven om te proberen ander spul te verkopen dat niet goed smaakt. Bovendien”, zei Sanger, “was de industrie er telkens weer heelhuids van afgekomen – de paniek over transvetten, bijvoorbeeld, of de roep om meer hele granen – door aanpassingen te maken. De industrie had deze stormen in feite niet alleen doorstaan, ze had ook verantwoordelijk gehandeld, tegenover het publiek én tegenover haar aandeelhouders. Nog meer doen, als reactie op de kritiek, zou de onaantastbaarheid van de recepten die zijn producten zo succesvol hadden gemaakt in gevaar brengen. General Mills zou geen stap terug doen”, zei Sanger. Hij zou zijn mensen juist aanmoedigen en hij drong er bij zijn collega’s op aan hetzelfde te doen. Toen ging hij zitten.

Niet iedereen in de bijeenkomst was het met Sanger eens. Maar uit zijn houding sprak zoveel kracht, ze was zo overtuigend en, in feite, zo troostrijk voor de andere industriëlen dat niemand zijn opvatting probeerde tegen te spreken. Sangers reactie betekende feitelijk het einde van de bijeenkomst’.

Het was het sein voor de managers om zich naar de veertigste verdieping te begeven om daar het diner te gebruiken. Behalve Kraft, wezen alle elf grote voedingsfabrikanten in de bijeenkomst het idee af collectief de samenstelling van hun producten aan te passen om de gevolgen ervan voor de volksgezondheid te beteugelen. Ze negeerden zelfs grotendeels Mudds verzoek om met het bestrijden van obesitas te beginnen door bij te dragen aan een bescheiden fonds van 15 miljoen dollar voor onderzoek en publieksvoorlichting.

“Ik geloof niet dat er ooit ook maar iets als een groepsinspanning uit voortgekomen is”, vertelt John Cady, de latere directeur van de National Food Processors Association, een van de twee beroepsverenigingen die bij het diner aanwezig waren geweest, later.

Wat je belooft moet je doen

In plaats daarvan doken de Amerikaanse levensmiddelenbedrijven het nieuwe millennium in met de boodschap dat er in het openbaar enkele stappen zouden worden gezet in de richting van betere voeding, vooral waar het aankwam op het verminderen van zout in hun producten. General Mills begon zelfs – acht jaar later, na zware publieke druk – de hoeveelheden suiker in graanproducten te verlagen en kondigde in 2009, aan dat het nog een halve theelepel suiker zou halen uit de ontbijtgranen waarmee het voor kinderen adverteerde, stappen die enkele gezondheidsfunctionarissen afdeden als te laat en teleurstellend klein. De realiteit was dat de CEO’s en hun bedrijven, nadat ze hadden besloten obesitas te negeren, achter de schermen gewoon verder gingen waar ze gebleven waren, terwijl ze, in sommige gevallen, zelfs meer zout, meer suiker en meer vet gebruikten om de concurrentie te overtroeven. Zelfs Kraft liet zijn initiatief om obesitas te bestrijden varen’

Verantwoording

‘Ik was vijf maanden bezig met het veldwerk en het onderzoek voor dit boek toen ik over de geheime ontmoeting tussen de CEO’s hoorde’, legt Moss uit. ‘Ik vond die in de allereerste plaats opmerkelijk vanwege de schuldbekentenis door ingewijden. Dit soort openhartigheid kom je bijna nooit tegen in grote bedrijven; het is zoiets als een stel maffiabazen dat samenkomt om spijt te betuigen dat ze koppen hebben laten rollen. Maar het had me ook verrast hoe vooruitziend de organisatoren van de bijeenkomst waren geweest. Tien jaar erna waren de zorgen over obesitas niet alleen niet voorbij, ze waren zelfs tot orkaankracht aangewakkerd: van Washington, waar legergeneraals publiekelijk getuigden dat achttienjarigen te dik werden om in het leger te kunnen, tot Los Angeles, waar artsen een toename van het aantal sterfgevallen in het kraambed meldden doordat het buitensporige lichaamsgewicht de chirurgische verrichtingen bij een keizersnede steeds meer hinderden.

Aan en tussen beide kusten waren er te veel te dikke mensen om nog te geloven dat ze het zich allemaal zelf hadden aangedaan, hetzij door onvoldoende wilskracht op te brengen, hetzij vanwege een ander persoonlijk gebrek. Vooral kinderen waren kwetsbaar geworden. Buitensporig gewicht bij kinderen ging van het tweevoudige van het percentage van 1980, toen de trend zichtbaar werd, naar het drievoudige. Diabetes nam ook toe, en niet alleen bij volwassenen.

Artsen signaleerden de vroege symptomen van deze slopende ziekte nu ook bij jonge kinderen. Zelfs jicht, een uitermate pijnlijke en zeldzame vorm van artritis die ooit de ‘rijkemansziekte’ was genoemd vanwege de associaties met vraatzucht, teisterde nu acht miljoen Amerikanen.

In enkele opzichten gingen de functionarissen van Pillsbury en Kraft die de CEO-bijeenkomst hadden georganiseerd nog verder dan ik, meer dan een decennium later, bereid was te gaan, met het vaststellen van de effecten van hun werk, met name door over kanker te spreken. De voedseltechnologie is zo berucht weekhartig dat het wijten van ook maar een fractie van onze kanker aan bewerkt voedsel een sprong vereist die ik niet gemakkelijk maak. Levensmiddelenonderzoek kent niet de strengheid van de dubbelblind bepaalde, gerandomiseerde controlegroepen die de norm zijn bij farmaceutische bedrijven, en het is bijzonder hachelijk een bepaald voedingsmiddel de schuld te geven van onze gezondheidsproblemen. En toch deden ze het. Ze brachten hun eigen producten in verband met een aanmerkelijk deel van de nationale gezondheidsproblemen, van diabetes tot hart- en vaatziekten en kanker. Hun gebrek aan terughoudendheid riep een prikkelende vraag op: als industriebonzen bereid waren om zo snel, zo ver te gaan in het accepteren van verantwoordelijkheid, wat wisten ze dan nog meer dat ze niet publiekelijk zeiden?’

Doelbewust en berekenend

‘De vertrouwelijke rapporten die mij tijdens het schrijven van dit boek bereikten, laten haarscherp zien hoe doelbewust en berekenend dit in zijn werk gaat. Voor het maken van nieuwe frisdrank die gegarandeerd de trek aanwakkert, is de hoge wiskunde nodig van regressieanalyse en ingewikkelde grafieken om in kaart te brengen wat ingewijden in de industrie het blisspoint (‘verrukkingspunt’) noemen: de precieze hoeveelheid suiker of vet of zout waarvan de consument in de wolken raakt.

Wetenschappers bij Nestlé zijn momenteel aan het prutsen aan de verdeling en vorm van vetbolletjes om hun absorptiesnelheid en, zoals het in de industrie heet, hun ‘mondgevoel’ te beïnvloeden. Bij Cargill, ’s werelds grootste zoutleverancier, zijn wetenschappers de natuurlijke vorm van zout aan het veranderen door het te verpulveren tot een fijn poeder dat de smaakpapillen sneller en harder raakt, waardoor de ‘smaakexplosie’ ervan wordt verbeterd. Ook suiker wordt op ontelbare manieren veranderd. Het zoetste bestanddeel van gewone suiker, fructose, is gekristalliseerd in een additief dat de aantrekkelijkheid van voedingsmiddelen verhoogt. Wetenschappers hebben ook stimulerende middelen ontworpen die de zoetheid van suiker tot tweehonderdmaal zijn natuurlijke kracht vergroten’.

Marketing en andere tools

Hoe krachtig ze ook zijn, zout, suiker en vet vormen slechts een deel van de blauwdruk van de industrie om de eetgewoonten van mensen te bepalen en te verpesten; naast tal van andere toevoegingen aan ons dagelijks eten – duizenden e-nummers, antibiotica, hormonen, om er een paar te noemen -.is marketing, zoals we al eerder constateerden, minstens zo belangrijk. ‘Het marketingfacet van bewerkte voedingsmiddelen, zo werd duidelijk uit het onderzoek voor dit boek, is ook het aspect dat de grip van de industrie op federale toezichthouders het duidelijkst laat zien’, benadrukt Mudd. ‘Ambtenaren schermen niet alleen bedrijfsrapporten af voor het publieke oog. De grootste waakhonden van de regering laten ook hun tanden niet zien als de industrie te ver gaat bij het promoten van suikerhoudende, calorierijke kost, niet alleen op tv, maar ook in sociale media die nu door de voedselindustrie worden benut om kinderen te bereiken.

Bovendien is de regering zo dicht tegen de voedselfabrikanten aan geschurkt dat sommige van de grootste coups van de industrie niet mogelijk zouden zijn geweest zonder overheidshulp.

Toen consumenten hun gezondheid probeerden te verbeteren door over te stappen op magere melk, bedacht het Congres een manier voor de machtige zuivelindustrie om al dat ongewenste, overtollige vet in stilte om te buigen naar een enorme kaasafzet – geen kaas die je als delicatesse voor of na de hoofdmaaltijd eet, maar kaas die ongemerkt in ons voedsel terechtkomt als een aantrekkelijk, maar overbodig extra ingrediënt’.

 

 

Wat (een tekort aan) vitamine B12 met je doet…

By | Uncategorized | No Comments

Voel je je meestal/vaak vermoeid? Ben je regelmatig chagrijnig? Of heb je andere (vage) klachten? Dan kan dat zomaar komen door een tekort aan vitamine B12. In deze blog kun je lezen hoe je erachter kunt komen of je een vitamine-B tekort hebt, hoe je daar aan komt, wat het met je lijf doet en vooral wat je aan een (eventueel) tekort kunt doen (<!–more–>).

  • Wat doet vitamine B12 voor  je?

Vitamine B12 is in mijn optiek en van de belangrijkste vitamines. Dankzij (voldoende) vitamine-B:

1) heb je meer energie en blijven je lichaam en geest jong.

2) heb je minder kans op hart- en vaataandoeningen.

3) krijgen vrije radicalen en giftige stoffen veel minder kans.

4) wordt de kans op zenuw-gerelateerde aandoeningen kleiner.

5) zijn we blijer, vrolijker.

6) heb je minder kans op dementie.

  • Hoe kom je aan een tekort?

Om te beginnen dit: de kans dat een vitamine B12-tekort de oorzaak is van je klachten is niet zo heel groot. Behalve dan als je vegetariër of veganist bent. Het komt vaker voor dat een tekort het gevolg is van een verminderde opname door het lichaam: Je eet voldoende vlees en toch heb je een tekort. Wel is het goed mogelijk dat B-12 niet goed opgenomen wordt, waardoor je ondanks goede voeding toch daaraan gerelateerde klachten krijgt. Dat kan komen door medicatie (maagzuurremmers), maar ook door ongezonde voeding, ouderdom (als we ouder worden produceert je lichaam steeds minder maagzuur, waardoor je lichaam steeds minder vitamine-B op neemt uit je voeding), darmproblemen, een te grote aanwas van slechte bacteriën of diabetes.

Als je regelmatig slaappillen gebruikt, rookt of regelmatig (veel) alcohol drinken, heb meer vitamine-B nodig, dus heb je eerder een tekort.

  • Hoeveel vitamine B12 heb je nodig?

Voor kinderen tot 14 jaar is dat tussen de 0,7 en 2 microgram per dag, daarboven is het 2,8 microgram per dag.

  • Hoe weet je dat je een tekort hebt?

Als je (regelmatig en onverklaarbaar) last hebt van een of meer van onderstaande klachten….

       hoofdpijn of migraine

       pijn en tintelingen of minder kracht in je armen en / of benen (of krampen in de spieren)

       slechter gehoor, zicht of smaak

       bloedarmoede of diarree

       tintelen (eventueel in combinatie met een pijnlijk en branderig gevoel) van je tong

       hartkloppingen

       duizeligheid

       gewichtsverlies

       kortademigheid

       verminderde eetlust

       verwardheid, concentratieproblemen, vergeetachtigheid

       vermoeidheid (ook al slaap je goed)

       prikkelbaarheid

kan dat zomaar komen door een vitamine-B tekort. Als je twijfelt kun je een bloedtest of een beenmergpunctie laten doen. Dan weet je het zeker.

  • 8 Signalen die wijjzen op een tekort?

Als je last hebt van meerdere symptomen uit het volgende rijtje kan dat wijzen op een vitamine B12-tekort:

Signaal 1: Vermoeidheid

Een voortdurende vermoeidheid

Signaal 2: Minder kracht

Slappe spieren. Symptomen: vreemde pijntjes of pinscheuten in armen of benen

Signaal 3: Je zenuwen functioneren niet goed meer

Slecht functionerende zenuwen vanwege zuurstofgebrek. Symptomen: vreemde pijnscheuten door je hele lichaam.

Signaal 4: Je geheugen laat je in de steek

Je geheugen laat je in de steek. Symptomen: je kan niet op een naam komen, je bent dingen kwijt, vergeet waar iets ligt, etc.

Signaal 5: Een duizelig gevoel

Regelmatig duizelig. Het verband tussen duizeligheid en een gebrek aan vitamine B12 is nog niet 100% bewezen.

Signaal 6: Smaak en eetlust vermindert of verandert, pijn in je tong

Signaal 7: Je voelt je regelmatig depressief, angstig of overgevoelig.

Vitamine B12 speelt een belangrijke rol bij de synthese van chemicaliën in de hersenen die bepalend zijn voor je stemming en je geluk.

Signaal 8: Slechter of veranderend zicht

Een gebrek aan vitamine B12 kan tot gevolg hebben dat er problemen ontstaan met de oogzenuw of het netvlies. Dat kan leiden tot een wazig zicht, dubbel zien, gevoeligheid voor licht en in extreme gevallen zelfs het verlies van het gezichtsvermogen.

Deze schade is in de meeste gevallen te herstellen door vitamine B12 te nemen, maar in sommige gevallen kan de schade ook permanent zijn. Dus check je huisarts.

  • Wat kun je doen aan een tekort

Het logische antwoord is natuurlijk: meer B12 innemen, maar zo eenvoudig is dat niet.

1. Uiteraard begin je met het wegnemen van de oorzaken die leiden tot een verminderde opname van B12 (bijvoorbeeld zoek uit, of overleg met je arts, wat de alternatieven zijn voor de medicatie, ga gezonder eten, etc.). Dan is het probleem wellicht opgelost. Want zolang de B12 vitaminen niet door je lichaam worden opgenomen, kun je net zoveel supplementen tot je nemen als je wil, zonder dat dat enig resultaat oplevert.

2. Supplementen; dit is alleen een goed alternatief als je echt een gebrek hebt aan vitamine B12 vanwege je ongezonde eetpatroon.

3. Wat dan wel helpt, is vitamine B12-injecties. Deze werken namelijk op celniveau en komen dus altijd 100% binnen.

  • Waar zit veel vitamine B12 in?

1) Magere Yoghurt

1 glas magere yoghurt bevat 1,5 microgram Vitamine B12

2) Tofu

1 stuk tofu van 75 gram bevat 1,86 microgram Vitamine B12

3) Leverworst

1 sneetje leverworst bevat 2,4 microgram Vitamine B12

4) Tonijn

1 stukje tonijn van 100 gram bevat 2,2 microgram Vitamine B12

5) Krab &

100 gram krab bevat 6,59 microgram Vitamine B12

6) Volle Melk

1 beker volle melk bevat 1,07 microgram Vitamine B12

7) Ontbijtgranen

30 gram ontbijtgranen bevat maar liefst 6 microgram Vitamine B12

8) Kip

100 gram kippenvlees bevat 0,43 microgram Vitamine B12

9) Kaviaar

1 eetlepel kaviaar bevat 3,2 microgram Vitamine B12

10) Mosselen

100 gram mosselen bevat maar liefst 20,4 microgram Vitamine B12

11) Rundvlees

100 gram rundvlees bevat 6,18 microgram Vitamine B12

12) Oesters

100 gram oesters bevat maar liefst 29,77 microgram Vitamine B12

13) Zalm

100 gram zalm bevat 18,1 microgram Vitamine B12

14) Sojamelk

100 gram sojamelk bevat 1,11 microgram Vitamine B12

15) Eieren

1 flink ei bevat 0,56 microgram Vitamine B12

16) Sardines

100 gram sardines bevat 8 microgram Vitamine B12

17) Gerookte ham

100 gram gerookte ham bevat 0,55 microgram Vitamine B12

18) Makreel

100 gram makreel bevat ruim 18 microgram Vitamine B12

Voor meer informatie over gezonde voeding: Niet Te Verteren (bol.com) of Gezond Oud Worden (heelnederlandschrijft.nl) of bekijk het filmpje

 

‘Best wel heftig’

By | Uncategorized | No Comments

Vandaag heb ik eindelijk mijn ideale huisarts gevonden, niet helemaal naast de deur, maar beter dan een ‘reguliere’ huisarts. Daar ben ik inmiddels wel achter. Zij voldoet aan al mijn wensen: geeft haar patienten alle tijd die nodig is (dit in tegenstelling tot een regulier opgeleide huisarts, waarbij je in de meeste gevallen binnen tien minuten weer buiten staat met een verwijsbriefje in je hand), is kritisch op het verstrekken van (synthetische) medicijnen, luistert naar het hele verhaal en denkt mee wat voor de patient de beste remedie is. ‘Want iedereen is anders. Wat voor de een werkt, hoeft niet voor de ander te werken’. <!–more–>

De ideale huisarts

Waarom was ik op zoek? Ik wil niet langer (synthtische) medicijnen slikken die eerder gevaarlijk voor je zijn, dan dat ze je echt helpen, en zoek dus een huisarts die met mij mee denkt over gezonde (natuurlijke) alternatieven. En, dat kan ik je verzekeren, was een hele klus. Ik heb al heel wat huirartsen gesproken, maar vrijwel altijd, is hun enige oplossing medicijnen. En het ergste: dat is ook het enige dat ze (willen) kennen.

Waarom is zij mijn ideale huisarts? Ze stelt de patient centraal, neemt de tijd die daarvoor nodig is, denkt met de patient mee om tot een ‘op-maat-oplossing’ te komen, en is onafhankelijk (krijgt geen provisie va de farmaceutische industrie). Ze weet dat ze een van de weinigen is, dat maakt haar niet vrolijk. Ze wordt door haar patienten dan ook als zeer goed beoordeeld (9,6).

‘Alternatieve’ medicijnen

Vandaag zag ik ook een item in – je zal het niet geloven – het ‘onafhankelijke’ actualiteitenprogramma Brandpunt waar mijn haren recht van overeind gingen staan. Het programma had een aantal alternatieve medicijnen ingeslagen en die laten testen door reguliere artsen. De uitslagen logen er niet om: bijna nergens zaten meetbare gezonde stoffen in, een medicijn was zelfs ‘een zusje’ van bleekwater. De artsen vonden het ‘best wel heftig’, ‘dit zou verboden moeten worden’, etc. En dat is het natuurlijk ook…, als die informatie klopt. Het is een soort variatie op ‘Wij van wc-eend’. Maar ja, wat zou ik doen als een deel van mijn inkomen afhankelijk is van hoeveel medicijnen ik voorschrijf (verkoop).

Want dat is pas echt heftig! Alternatieve artsen (itt reguliere artsen, die opgeleid zijn zijn, en door de farmaceutische industrie betaald worden, om hun patienten medicijnen op te dringen) worden door de reguliere gezondheidsinstellingen en artsen belachelijk gemaakt, waardoor mensen bang worden gemaakt en niet verder durven te kijken dan hun neus lang is (lees: reguliere gezondheidsinstellingen). Dus zich overgeven aan synthetische medicijnen die soms eerder gevaarlijk voor je zijn, dan dat ze je helpen, die de bijwerkingen van andere medicijnen moeten opvangen, etc., weigeren te kijken naar andere oplossingen (zelfs als de paptient daar naar vraagt) en in ruil daarvoor bonussen ontvangen.

Een mooi voorbeeld van hoe het werkt is de huisarts die ik een paar weken eerder sprak: ‘Ik ben regulier opgeleid, en ik geloof niet in osteopathie, orthomoleculair geneeskunst en andere alternatieve geneeswijzen, en daar wil ik ook niets over weten. Dus ik geloof niet dat ik veel voor je kan betekenen’ Met andere woorden: Ik kan niets anders dan medicijnen voorschrijven, en dat betaaalt goed. Ze gaf me wel de naam van de huisarts waar ik vanmorgen mee sprak. Terwijl deze zelfde vrouw de eed van Hippocrates heeft afgelegd:

“Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Asclepius, Hygia en Panacea en neem alle goden en godinnen tot getuige, om naar mijn beste oordeel en vermogen de volgende eed te houden:

Ik zal naar mijn beste oordeel en vermogen en om bestwil mijner zieken hen een leefregel voorschrijven en nooit iemand kwaad doen.

Nooit zal ik, om iemand te gerieven, een dodelijk middel voorschrijven of een raad geven, die, als hij wordt gevolgd, de dood tot gevolg heeft. Nooit zal ik een vrouw een instrument voorschrijven om een miskraam op te wekken. Maar ik zal de zuiverheid van mijn leven en mijn kunst bewaren. Het snijden van de steen zal ik nalaten, ook als de ziekte duidelijk is; ik zal dit overlaten aan hen die hierin bekwaam zijn. In ieder huis waar ik binnentreed, zal ik slechts komen in het belang van mijn patiënten.

Mijn leermeester zal ik eren en liefhebben als mijn ouders; ik zal in gemeenschap met hem leven en zo nodig mijn bezit met hem delen, de kunst leren zonder vergoeding en zonder dat daartoe een schriftelijke belofte nodig is; aan mijn zonen, aan de zonen van mijn leermeester en aan de leerlingen die verklaard hebben zich aan de regelen van het beroep te zullen houden, aan hen allen zal ik de grondslagen van de kunst leren.

Al hetgeen mij ter kennis komt in de uitoefening van mijn beroep of in het dagelijks verkeer met mensen en dat niet behoort te worden rondverteld, zal ik geheim houden en niemand openbaren. Moge ik, als ik deze eed getrouwelijk houd, vreugde vinden in mijn leven en in de uitoefening van mijn kunst, maar moge het tegenovergestelde het geval zijn indien ik hem schend.

Ik zal mij verre houden van iedere welbewuste slechte daad en van elke verleiding, in het bijzonder van de geneugten der liefde met mannen of vrouwen, of zij vrij zijn of slaaf.”

De omgekeerde wereld

Een prachtig voorbeeld dus van de pot verwijt de ketel dat hij stinkt (zwart ziet). Want in de reguliere gezondheidswereld werkt slechts 12% van alle medicijnen volgens een grote Engesle studie, 88% werkt helemaal niet (doet niets) en het grootste deel daarvan werkt zelfs negatief op de gezondheid (is soms dodelijk). In Amerika sterven jaarlijks 140.000 mensen aan medicijnen.

Zelf heb ik veel baat bij een orthomoleculaire arts, osteopathische therapeut en (biologische) ‘alternatieve’ medicijnen. Natuurlijk zul je ook in dat circuit medicijnen tegen komen die niet werken, maar die zijn in ieder geval niet (levens)gevaarlijk.

Conclusie

Gebruik je gezonde verstand, zoek – net als bij voeding – uit wat goed voor je is en geloof de reguliere arts – en een reporage van brandpunt waarin de reguliere artsenij de alternatieve keurt – zeker niet op zijn blauwe ogen. Mind you: het gaat om meer dan tien miljard euro aan winst per jaar!!!! Daar wil je als huisarts wel bij horen. Maar het zou moeten gaan over jouw gezondheid. Toch? Inderdaad, dus best wel heftig.

Natuurvoedingswinkel versus supermarkt

By | Uncategorized | No Comments

 

Inmiddels is al vaker aangetoond dat biologische voeding veel gezonder is dan niet-biologische; geen e-nummers als aspartaam en glucose fructosestroop, pesticiden, hormonen, zware metalen, etc. Waar het een bijna per definitie leidt tot overgewicht, obesitas, diabetes, hart- en vaatziektes en kanker, voorkomt biologische voeding deze ziektes, en helpt zelfs om daarvan te genezen. Steeds meer mensen weten dat inmiddels. Gek genoeg gaat het slecht met natuur- en biologische winkels en – supermarkten. Hoe kan dat toch? Dat komt omdat de supermarkt zich ook op deze markt heeft gestort, en veel mensen zwichten voor de prijs. Het is goedkoper (denken we). Maar is dat eigenlijk wel zo? <!–more–>

Wat kost het?

Om met het eerste te beginnen, zijn biologische producten in de supermarkt per definitie goedkoper dan in een natuur- of biologische winkel? Het antwoord is verrassend: in de traditionele supermarkt ben je niet per definitie goedkoper uit! Wel bestaan er prijsverschillen tussen bepaalde producten. Ook als je, wat de Consumentenbond gedaan heeft, 150 producten bij de verschillende winkels en supermarkten met elkaar vergelijkt, zit er prijsverschil tussen biologisch en niet-biologisch, maar als je alleen naar de biologische producten kijkt, is dat verschil miniem. Sterker nog als je de acties meerekent, ben je steeds vaker bij de biologische winkels goedkoper uit.

Bovendien kun je zelf veeldoen aan de hoogte van je kassabon. Een voorbeeld: in plaats van dagelijks een stuk industrieel vlees, is een paar keer per week een kleiner stuk biologisch vlees goedkoper, gezonder en lekkerder. Groente en fruit (maar ook vlees) kun je ook rechtstreeks bij de boer of bij cooperaties aanschaffen. Als je weet dat een boer slechts een klein deel van de verkoopsprijs krijgt voor zijn product, is het zowel voor jou als voor de boer veel interessanter om het rechtstreeks aan jou te verkopen.

 

Verantwoordelijkheid

Hoewel het logisch is dat biologisch duurder zou moeten zijn, is dat dus lang niet altijd het geval; Ga maar na, de biologische teelt is veel arbeidsintensiever, dan de teelt door landbouwers die hun producten voor een paar centen afleveren bij AH (Gevolg: onze landbouwgronden worden uitgewoond, de producten zijn bespoten en zowel water als lucht wordt verontreinigd). Dat geldt ook voor de biologische winkels: Personeel heeft kennis van zaken en hart voor de zaak, dit in tegenstelling tot personeel in de supermarkt: scholieren die het werk voor een habbekrats doen, en je wel kunnen wijzen waar iets ligt, maar je niets kunnen vertellen overgezondheidsvoor- of nadelen. En last but not least: supermarkten bepalen hun prijs mede op basis van de prijs die haar concurrenten hanteren, terwijl bij de natuurwinkels de kwaliteit van het product voorrang heeft. Maar er is nog een belangrijke reden waarom biologisch duurder is, of zou moeten zijn: de traditionele landbouw wordt wel gesubsidieerd en de biologische niet. Ook dat is gek: ziekmakende roducten worden wel gesubsidieerd, beter makende producten niet.

Verpakking

Een ander groot verschil tussen de twee soorten winkels is hoe de producten verpakt worden. Om een voorbeeld te geven: om biologisch en niet biologisch gescheiden te houden, moet (van Europa) een van de twee in plastic worden verpakt. En aangezien er van biologische producten (nog) veel minder worden verkocht dan de niet-biologische, is het goedkoper om de biologische producten in plastic te verpakken ipv de niet-biologische. De verpakking kost tussen de 5 en de 20 cent. Daardoor wordt biologisch dus ook ongewild duurder en kiezen we eerder voor niet-biologische producten. Dan nog dit: we gebruiken per jaar ongeveer 260!!! tasjes per persoon, dat zijn zo’n 25 miljoen kilo (25.000.000 kilo) aan plastic per jaar, een vreselijke verspilling van energie en middelen. In de natuurwinkels zijn plastic tasjes uit den boze! Je neemt gewoon je eigen boodschappentas mee, of je koopt er eentje in de natuurwinkel, niet van plastic, gewoon een stevige tas die jaren mee gaat.

Lokale producenten en hun producten

Maar er zijn nog (veel) meer nadelen aan biologische producten kopen in de supermarkt; De supermarkt levert meestal geen lokale producten, zoals kaas van de nabije kaasboerderij. De natuurwinkel doet dat juist wel. Dat is niet alleen heel herkenbaar en tastbaar voor de consument, het stimuleert ook de lokale economie. Daarnaast is het voor de klant – ook niet onbelangrijk – controleerbaar. Hij kan bijvoorbeeld langs gaan bij de producent en hem op de man af vragen stellen.  Waar je in de supermarkt té vaak wordt genept met mooie – maar niet op waarheid berustende – filmpjes en plaatjes, zijn de producten van de lokale producent eerlijker en simpel controleerbaar.

Biologische producten in de supermarkt

Verder is het nog maar de vraag of je ook echt met biologische producten de supermarkt uit gaat. Het lijkt dat er veel ‘biologische’ producten in de supermarkt liggen, maar helaas wordt het merendeel weliswaar aangeduid met de kreet ‘bio’ of ‘100% natuurlijk’, maar heeft het gek genoeg niet het keurmerk. Deze kreten zeggen namelijk helemaal niets, zijn aan wet noch regel gebonden.

Maar de belangrijkste reden dat ik dit stukje schrijf, is dat ik me ernstig zorgen maak over de toekomst van biologisch. Omdat wij met z’n allen onze biologische boodschappen bij de supermarkt kopen, daalt de omzet van de eerlijke biologische- en natuurwinkels. Maar wat als alle natuur- en biologische winkels het loodje leggen, wat gaan Albert Heijn en concorten dan doen denk je? Op z’n minst gaan de prijzen omhoog, en in het ergste geval zo erg dat niemand ze meer koopt. Hoe dan ook worden we dan afhankelijk van een partij die niets op heeft met onze gezondheid, alleen met de inhoud van onze portemonnee. Willen we dat?

Conclusie

Uit dit alles is de bijna onvermijdelijke conclusie dat boodschappen doen in een natuurwinkel beter is voor jezelf, de boeren, de dieren, de aarde en het milieu. Dat je daar meer voor je producten betaalt, is (lang) niet altijd waar. Het is een kwestie van kritisch inkopen, anders eten en drinken en daarme je verantwoordelijkheid nemen voor onze gezondheid, dierenwelzijn en ons milieu. Wil jij dat?

Als je wilt weten of een product echt biologisch is, zet dan de app van the Questionmark op je telefoon (http://www.thequestionmark.org)

Een gezond kind in 7 stappen? Beter en slimmer eten. Boek bestellen