Category Archives: Uncategorized

De dag waarop onze toekomst werd bezegeld.

By | Uncategorized | No Comments

Als soort heeft de mens miljoenen jaren natuurlijk voedsel gegeten en gedronken; planten, water, noten, zaden, vlees, vis, fruit en andere producten die in de natuur groeiden of leefden, waar niet aan geknutseld was. Hoewel er vanaf begin twintigste eeuw, met name in Amerika, al behoorlijk aan de poten van natuurlijke voeding werd gezaagd, duurde het nog tot 8 april 1999 voordat de voedingsindustrie echte voeding definitief de doodsteek gaf. Laten we eens terug gaan naar die gedenkwaardige dag… <!–more–>

‘Op die dag’, zo beschrijft de Amerikaanse voedingswetenschapper en schrijver Michael Moss in zijn boek Salt, Sugar & Fat (Zout, suiker & vet) deze misschien wel meest belangrijke gebeurtenis uit de geschiedenis van de voedingsindustrie. ‘kwamen elf topmannen van de grootste voedingsbedrijven van Amerika in het grootste geheim bijeen om een groeiend probleem voor de Amerikaanse samenleving, maar ook voor henzelf te bespreken.’Samen waren ze goed voor 700.000 werknemers en een jaarlijkse omzet van 280 miljard dollar. ‘Nestlé was aanwezig, evenals Kraft en Nabisco, General Mills en Procter & Gamble, Coca-Cola en Mars. Er was slechts één agendapunt: de opkomende obesitasepidemie in Amerika en hoe daarmee om te gaan? Het bedrijf Pillsbury was gastheer.

Suiker, zout en vet

Twee mannen in de bijeenkomst domineerden het strijdtoneel. Ze vertegenwoordigden de levensmiddelengiganten Cargill en Tate & Lyle, die tot taak hadden de CEO’s te voorzien van de ingrediënten waarmee ze erop vertrouwden de strijd om de consument te winnen, de drie steunpilaren van bewerkte voedingsmiddelen, de veroorzakers van trek: suiker, zout en vet. Alle CEO’s hadden die in enorme hoeveelheden nodig om van hun producten succesnummers te maken. Dit waren ook de ingrediënten die, meer dan alle andere, rechtstreeks verantwoordelijk waren voor de obesitasepidemie. Samen hadden de twee producenten het zout, dat op tientallen manieren werd verwerkt om te zorgen voor een maximale stoot tegen de smaakpapillen bij de allereerste hap, de vetten, die de grootste ladingen calorieën leverden en mensen er op een subtielere manier toe brachten te veel te eten en suiker, die door zijn brute vermogen om de hersenen te prikkelen misschien wel het geduchtste ingrediënt van allemaal was en de samenstelling van vrijwel alle producten in de supermarkt bepaalde.’

Overgewicht en obesitas

De hamvraag waar tijdens deze bijeenkomst een gezamenlijk antwoord op gevonden moest worden was: in hoeverre is de industrie verantwoordelijk voor het alsmaar stijgende aantal kinderen met overgewicht? En in hoeverre wilde de industrie die verantwoordelijkheid ook nemen? Met andere woorden: wilden ze hun producten zodanig aanpassen dat de Amerikaanse jeugd weer gezond werd? De eerste spreker, Michael Mudd, adjunct-directeur van Kraft, was van de gematigde tak. Hij begint zijn degelijk voorbereidde speech volgens Moss met: “Ik stel het zeer op prijs dat ik in de gelegenheid ben gesteld het met u te hebben over obesitas onder kinderen en de toenemende uitdaging waarvoor die ons allemaal plaatst. Laat ik meteen opmerken dat dit geen eenvoudig onderwerp is. Er zijn geen eenvoudige antwoorden op de vraag wat gezondheidszorg moet doen om vat te krijgen op dit probleem. Of op de vraag wat de voedingsindustrie moet doen, nu anderen haar verantwoordelijk willen stellen voor wat er is gebeurd. Maar zoveel is duidelijk: voor degenen van ons die deze kwestie grondig hebben bekeken, of het nu deskundigen op het gebied van de volksgezondheid zijn of stafspecialisten in uw eigen bedrijf, wij weten zeker dat we één ding niet moeten doen, namelijk nietsdoen”.

Mudd visualiseerde zijn betoog met maar liefst 114 dia’s, die op een groot scherm achter hem werden geprojecteerd. Het werd een onomwonden verhaal, recht voor z’n raap.

Verbijsterend

Hij wilde niets verbloemen. De koppen en uitspraken en cijfers waren zonder meer verbijsterend. Van meer dan de helft van de Amerikaanse volwassenen werd aangenomen dat ze overgewicht hadden, terwijl bijna een kwart van de bevolking – 40 miljoen volwassenen – zoveel extra ponden meedroeg dat ze klinisch als obees werden aangeduid. Onder kinderen was het percentage meer dan verdubbeld sinds 1980, het jaar waarin de vetlijn in de grafieken naar boven begon te buigen en het aantal kinderen die als obees werden beschouwd de 12 miljoen was gepasseerd. (Het was nu pas 1999; de nationale obesitascijfers zouden nog veel hoger worden.). Toen kwamen de kenmerken: diabetes, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, galblaasziekte, osteoartritis, drie typen kanker (borst-, darm- en baarmoederhalskanker) – allemaal namen ze toe. In wisselende mate, zo kregen de managers te horen – en werd obesitas genoemd als een van de oorzaken van elk van deze gezondheidscrises’.

Mudd confronteerde zijn kritische publiek vervolgens met de realiteit zoals die werd ervaren door hun klanten uit de middenklasse; die hadden geen tijd om te sporten omdat ze twee banen hadden. En omdat ze moeite hadden de eindjes aan elkaar te knopen en dit moderne voedsel goedkoop was, dachten ze niet te veel na over hun eetgedrag.

“De media maakten goede sier bij deze mensen”, zei Mudd. “Ze schreven voorpagina-artikelen over obesitas en de rol van de industrie bij het aanmoedigen van overconsumptie”.

Beschuldigend vingertje

Op het scherm vertoonde hij een fragment van een nieuwe documentaire van tv-zender PBS, Fat, waarin Walter Willett, hoofd van de faculteit voedingsleer van Harvard, direct met de beschuldigende vinger naar de voedingsbedrijven wees: “Het feit dat voedsel een industrieel product werd, leverde echt een fundamenteel probleem op”, zei Willett. “Ten eerste heeft de feitelijke productie het voedsel van zijn voedingswaarde ontdaan. De meeste granen zijn omgezet in zetmeel. We hebben suiker in geconcentreerde vorm, en veel van de vetten zijn geconcentreerd en daarna, tot overmaat van ramp, gehydrogeneerd, waardoor transvetzuren ontstaan, die zeer ongunstige gevolgen hebben voor de gezondheid”.

“Levensmiddelenfabrikanten kregen niet alleen de wind van voren van de zijde van geduchte critici van Harvard, de federale Centers for Disease Control and Prevention, de Amerikaanse Hartstichting en de Kankervereniging”, zo concludeerde Mudd. “Ze waren nu ook belangrijke bondgenoten aan het verliezen. De minister van Landbouw, die zich lang door de industrie had laten leiden, had obesitas onlangs een ‘nationale epidemie’ genoemd. En het viel gemakkelijk in te zien hoe het hoofd van het Amerikaanse ministerie van Landbouw, de USDA, ertoe kwam te bijten in de hand die het voedde. Het ministerie bevorderde gezond eetgedrag door middel van de voedselpiramide, met granen aan de basis en veel kleinere hoeveelheden zoetigheden en vet dichter bij de punt. Hun bedrijven”, zei Mudd tegen de belangrijkste managers van het land, “stimuleerden juist de tegenovergestelde gewoonten. Als je de categorieën van de levensmiddelenreclame, met name reclame voor kinderen, zou afzetten tegen de voedselpiramide, zou de piramide op haar kop komen te staan”, zei hij. “Wij kunnen niet doen alsof voedingsmiddelen geen deel uitmaken van het obesitasprobleem. Geen enkele geloofwaardige deskundige zal de toename van obesitas uitsluitend aan verminderde lichamelijke inspanning toeschrijven”.

De volgende dia op het scherm wierp de gevaarlijke vraag op: ‘Waardoor wordt de toename veroorzaakt?’ En gaf zelf het antwoord: ‘Doordat voordelige, smakelijke, in megaverpakking aangeboden, energierijke voedingsmiddelen overal verkrijgbaar zijn’. Met andere woorden, precies die voedingsmiddelen waarop deze managers, samen met hun gildebroeders in de fastfoodketens, het succes van hun bedrijf hadden gebaseerd.

De schuldvraag

Daarmee legde Mudd in zekere zin de schuld van de obesitasepidemie in Amerika bij de CEO’s. Dat was al wat, maar met de kaart die hij daarna op tafel legde, raakte hij pas echt een gevoelige snaar van de voedingsmiddelenindustrie. Want wie had gedacht dat hij de producten die de voedselindustrie produceerde in verband zou brengen met het allerlaatste waarmee de CEO’s hun producten in verband gebracht wilden zien worden: sigaretten? De eerste dia liet een citaat zien van een hoogleraar psychologie en volksgezondheid van de universiteit van Yale, Kelly Brownell, die de voedingsmiddelenindustrie beschouwde als een groot gevaar voor de volksgezondheid:

“Als beschaving waren we geschokt door de reclames van tabaksbedrijven gericht op kinderen, maar we kijken werkeloos toe nu de voedingsbedrijven precies hetzelfde doen. En we zouden kunnen stellen dat de tol die slechte voeding van de volksgezondheid eist, de tol van de tabak evenaart”.

Mudd liet toen op het scherm een groot geel waarschuwingsbord zien met de woorden GLIBBERIGE HELLING.

“Als ook maar iemand in de voedingsmiddelenindustrie er ooit aan twijfelde dat daar een glibberige helling lag, dan denk ik dat hij op dit moment een onmiskenbaar gevoel van glibberen begint te krijgen”, zei hij. Hoewel het de schijn heeft dat sigaretten niet zijn te vergelijken met chips, ontbijtrepen of cola, zo liet hij weten, liggen dezelfde advocaten die de rijke buit van de tabaksrechtszaken in de wacht sleepten, ook nu weer op de loer, klaar om ook de voedingsindustrie te treffen. Bovendien werkte de Amerikaanse woordvoerder op het gebied van volksgezondheid, wiens bureau al in 1964 de historische aanval op de sigaretten had gelanceerd, aan een rapport over obesitas. In handen van deze advocaten en politici zou de voedingsindustrie met name ten aanzien van één aspect van de obesitascrisis kwetsbaar blijven: het publieke karakter van overeten en de gevolgen daarvan. De aanblik van een volwassene met overgewicht die langs de schappen met levensmiddelen sjokte, of van een kind met overgewicht op de speelplaats, was sprekend genoeg.

“Obesitas is een uiterst zichtbaar probleem”, zei Mudd. “Naarmate het meer voorkomt, zal iedereen het kunnen zien”.

Het antwoord

Toen gooide Mudd het over een andere boeg. Hij kwam niet met nog meer slecht nieuws maar presenteerde het plan dat hij en de andere ingewijden in de industrie hadden bedacht om het obesitasprobleem aan te pakken. De managers zover krijgen dat ze een zekere aansprakelijkheid erkenden, was een belangrijke eerste stap, wist hij, dus zijn plan ging van start met een kleine maar belangrijke maatregel.

“De industrie”, zei hij, “moest de obesitascrisis oppakken en de expertise van wetenschappers – die van haarzelf en andere – gebruiken om een veel dieper inzicht te krijgen in datgene wat Amerikanen ertoe dreef om zich te overeten”.

Als ze dit wisten, kon er op meerdere fronten aan het probleem worden gewerkt. In elk geval was er geen ontkomen aan de rol die verpakte levensmiddelen en drank speelden bij overconsumptie te benoemen.

‘Sommige toplieden van de industrie hadden de discussie al geopend over de vraag in hoeverre voedingsmiddelen trek konden oproepen en de beste bedoelingen van dieethouders onderuit konden halen. Om deze trek terug te dringen zouden ze hun gebruik van zout, suiker en vet moeten reduceren, misschien door in de hele industrie limieten in te voeren. En dan niet op de matig verkopende vet- of suikerarme artikelen die bedrijven op de winkelschappen zetten voor dieethouders, maar op de goed verkopende hoofdproducten zelf, die een enorme invloed hadden op de volksgezondheid.’

Daarbij ging het niet alleen over deze drie ingrediënten en hun samenstelling, ingrediënten waarmee de industrie haar producten zo lekker en aantrekkelijk mogelijk probeerde te maken, ook de reclame en marketing voor hun producten waren daarbij cruciaal.

‘Omdat Mudd de hoge heren niet al te zeer voor het hoofd wilde stoten, benadrukte hij dit aspect van hun professie. Hij stelde voor een code in het leven te roepen “om de voedingsaspecten van de voedselmarketing te bewaken, met name voor kinderen”.

(Gebrek aan) beweging als alibi

Hij stelde ook voor om de rol van lichaamsbeweging bij gewichtsbeheersing te gaan propageren, omdat niemand kon verwachten dat hij een goed figuur zou krijgen – of houden – door op de bank te blijven zitten. Het kon hierbij gaan om mededelingen van de overheid, zei hij, of om een indringende, regelrechte reclamecampagne.

“Ik wil hierover heel duidelijk zijn”, zei Mudd tot besluit, en hij benadrukte bepaalde woorden in de tekst van zijn presentatie om ervoor te zorgen dat er geen misverstanden over zouden ontstaan:

“Als we zeggen dat het veel tijd zal kosten om het obesitasprobleem op te lossen, en zelfs als we het woord “oplossen” gebruiken, willen we geen moment suggereren dat dit programma of de voedingsindustrie het probleem alléén kan oplossen. Of dat dát de maatstaf voor het succes van dit programma is. We zeggen wél dat de industrie een oprechte poging moet doen om déél te zijn van de oplossing. En dat wij, door dat te doen, mede de kritiek kunnen smoren die wij te verduren krijgen. Wij hoeven het obesitasprobleem niet in ons eentje op te lossen om de kritiek te pareren. Maar wij moeten wel een oprechte poging doen om déél te zijn van de oplossing als we willen voorkomen dat we aan de schandpaal worden genageld”.

Wat er daarna gebeurde, is niet op schrift gesteld, maar volgens drie aanwezigen richtten, toen Mudd was uitgesproken, alle ogen zich op Stephen Sanger, het hoofd van General Mills, het bedrijf dat het meest te verliezen had.

Sanger had in het midden van de voorste rij gezeten, op een plaats die zijn positie in de pikorde symboliseerde. Nu stond hij, gespannen als een veer, op om iets tegen Michael Mudd te zeggen. Hij was zichtbaar ontdaan.

De schuld ligt bij de consument zelf

Om te beginnen herinnerde Sanger de groep eraan dat consumenten ‘grillig’ waren, net als hun pleitbezorgers in hun ivoren torens. Hun zorgen over de gezondheidsimplicaties van verpakte voedingsmiddelen kwamen en gingen. Nu eens maakten mensen zich zorgen over suiker, dan weer over vet. Maar doorgaans, zei hij, kochten ze waar ze van hielden, en ze hielden van datgene wat lekker smaakte.

“Praat me niet van voeding”, zei hij, het geluid van de doorsneeconsument vertolkend. “Heb het tegen mij over smaak, en als het ene spul beter smaakt, ga je dan niet uitsloven om te proberen ander spul te verkopen dat niet goed smaakt. Bovendien”, zei Sanger, “was de industrie er telkens weer heelhuids van afgekomen – de paniek over transvetten, bijvoorbeeld, of de roep om meer hele granen – door aanpassingen te maken. De industrie had deze stormen in feite niet alleen doorstaan, ze had ook verantwoordelijk gehandeld, tegenover het publiek én tegenover haar aandeelhouders. Nog meer doen, als reactie op de kritiek, zou de onaantastbaarheid van de recepten die zijn producten zo succesvol hadden gemaakt in gevaar brengen. General Mills zou geen stap terug doen”, zei Sanger. Hij zou zijn mensen juist aanmoedigen en hij drong er bij zijn collega’s op aan hetzelfde te doen. Toen ging hij zitten.

Niet iedereen in de bijeenkomst was het met Sanger eens. Maar uit zijn houding sprak zoveel kracht, ze was zo overtuigend en, in feite, zo troostrijk voor de andere industriëlen dat niemand zijn opvatting probeerde tegen te spreken. Sangers reactie betekende feitelijk het einde van de bijeenkomst’.

Het was het sein voor de managers om zich naar de veertigste verdieping te begeven om daar het diner te gebruiken. Behalve Kraft, wezen alle elf grote voedingsfabrikanten in de bijeenkomst het idee af collectief de samenstelling van hun producten aan te passen om de gevolgen ervan voor de volksgezondheid te beteugelen. Ze negeerden zelfs grotendeels Mudds verzoek om met het bestrijden van obesitas te beginnen door bij te dragen aan een bescheiden fonds van 15 miljoen dollar voor onderzoek en publieksvoorlichting.

“Ik geloof niet dat er ooit ook maar iets als een groepsinspanning uit voortgekomen is”, vertelt John Cady, de latere directeur van de National Food Processors Association, een van de twee beroepsverenigingen die bij het diner aanwezig waren geweest, later.

Wat je belooft moet je doen

In plaats daarvan doken de Amerikaanse levensmiddelenbedrijven het nieuwe millennium in met de boodschap dat er in het openbaar enkele stappen zouden worden gezet in de richting van betere voeding, vooral waar het aankwam op het verminderen van zout in hun producten. General Mills begon zelfs – acht jaar later, na zware publieke druk – de hoeveelheden suiker in graanproducten te verlagen en kondigde in 2009, aan dat het nog een halve theelepel suiker zou halen uit de ontbijtgranen waarmee het voor kinderen adverteerde, stappen die enkele gezondheidsfunctionarissen afdeden als te laat en teleurstellend klein. De realiteit was dat de CEO’s en hun bedrijven, nadat ze hadden besloten obesitas te negeren, achter de schermen gewoon verder gingen waar ze gebleven waren, terwijl ze, in sommige gevallen, zelfs meer zout, meer suiker en meer vet gebruikten om de concurrentie te overtroeven. Zelfs Kraft liet zijn initiatief om obesitas te bestrijden varen’

Verantwoording

‘Ik was vijf maanden bezig met het veldwerk en het onderzoek voor dit boek toen ik over de geheime ontmoeting tussen de CEO’s hoorde’, legt Moss uit. ‘Ik vond die in de allereerste plaats opmerkelijk vanwege de schuldbekentenis door ingewijden. Dit soort openhartigheid kom je bijna nooit tegen in grote bedrijven; het is zoiets als een stel maffiabazen dat samenkomt om spijt te betuigen dat ze koppen hebben laten rollen. Maar het had me ook verrast hoe vooruitziend de organisatoren van de bijeenkomst waren geweest. Tien jaar erna waren de zorgen over obesitas niet alleen niet voorbij, ze waren zelfs tot orkaankracht aangewakkerd: van Washington, waar legergeneraals publiekelijk getuigden dat achttienjarigen te dik werden om in het leger te kunnen, tot Los Angeles, waar artsen een toename van het aantal sterfgevallen in het kraambed meldden doordat het buitensporige lichaamsgewicht de chirurgische verrichtingen bij een keizersnede steeds meer hinderden.

Aan en tussen beide kusten waren er te veel te dikke mensen om nog te geloven dat ze het zich allemaal zelf hadden aangedaan, hetzij door onvoldoende wilskracht op te brengen, hetzij vanwege een ander persoonlijk gebrek. Vooral kinderen waren kwetsbaar geworden. Buitensporig gewicht bij kinderen ging van het tweevoudige van het percentage van 1980, toen de trend zichtbaar werd, naar het drievoudige. Diabetes nam ook toe, en niet alleen bij volwassenen.

Artsen signaleerden de vroege symptomen van deze slopende ziekte nu ook bij jonge kinderen. Zelfs jicht, een uitermate pijnlijke en zeldzame vorm van artritis die ooit de ‘rijkemansziekte’ was genoemd vanwege de associaties met vraatzucht, teisterde nu acht miljoen Amerikanen.

In enkele opzichten gingen de functionarissen van Pillsbury en Kraft die de CEO-bijeenkomst hadden georganiseerd nog verder dan ik, meer dan een decennium later, bereid was te gaan, met het vaststellen van de effecten van hun werk, met name door over kanker te spreken. De voedseltechnologie is zo berucht weekhartig dat het wijten van ook maar een fractie van onze kanker aan bewerkt voedsel een sprong vereist die ik niet gemakkelijk maak. Levensmiddelenonderzoek kent niet de strengheid van de dubbelblind bepaalde, gerandomiseerde controlegroepen die de norm zijn bij farmaceutische bedrijven, en het is bijzonder hachelijk een bepaald voedingsmiddel de schuld te geven van onze gezondheidsproblemen. En toch deden ze het. Ze brachten hun eigen producten in verband met een aanmerkelijk deel van de nationale gezondheidsproblemen, van diabetes tot hart- en vaatziekten en kanker. Hun gebrek aan terughoudendheid riep een prikkelende vraag op: als industriebonzen bereid waren om zo snel, zo ver te gaan in het accepteren van verantwoordelijkheid, wat wisten ze dan nog meer dat ze niet publiekelijk zeiden?’

Doelbewust en berekenend

‘De vertrouwelijke rapporten die mij tijdens het schrijven van dit boek bereikten, laten haarscherp zien hoe doelbewust en berekenend dit in zijn werk gaat. Voor het maken van nieuwe frisdrank die gegarandeerd de trek aanwakkert, is de hoge wiskunde nodig van regressieanalyse en ingewikkelde grafieken om in kaart te brengen wat ingewijden in de industrie het blisspoint (‘verrukkingspunt’) noemen: de precieze hoeveelheid suiker of vet of zout waarvan de consument in de wolken raakt.

Wetenschappers bij Nestlé zijn momenteel aan het prutsen aan de verdeling en vorm van vetbolletjes om hun absorptiesnelheid en, zoals het in de industrie heet, hun ‘mondgevoel’ te beïnvloeden. Bij Cargill, ’s werelds grootste zoutleverancier, zijn wetenschappers de natuurlijke vorm van zout aan het veranderen door het te verpulveren tot een fijn poeder dat de smaakpapillen sneller en harder raakt, waardoor de ‘smaakexplosie’ ervan wordt verbeterd. Ook suiker wordt op ontelbare manieren veranderd. Het zoetste bestanddeel van gewone suiker, fructose, is gekristalliseerd in een additief dat de aantrekkelijkheid van voedingsmiddelen verhoogt. Wetenschappers hebben ook stimulerende middelen ontworpen die de zoetheid van suiker tot tweehonderdmaal zijn natuurlijke kracht vergroten’.

Marketing en andere tools

Hoe krachtig ze ook zijn, zout, suiker en vet vormen slechts een deel van de blauwdruk van de industrie om de eetgewoonten van mensen te bepalen en te verpesten; naast tal van andere toevoegingen aan ons dagelijks eten – duizenden e-nummers, antibiotica, hormonen, om er een paar te noemen -.is marketing, zoals we al eerder constateerden, minstens zo belangrijk. ‘Het marketingfacet van bewerkte voedingsmiddelen, zo werd duidelijk uit het onderzoek voor dit boek, is ook het aspect dat de grip van de industrie op federale toezichthouders het duidelijkst laat zien’, benadrukt Mudd. ‘Ambtenaren schermen niet alleen bedrijfsrapporten af voor het publieke oog. De grootste waakhonden van de regering laten ook hun tanden niet zien als de industrie te ver gaat bij het promoten van suikerhoudende, calorierijke kost, niet alleen op tv, maar ook in sociale media die nu door de voedselindustrie worden benut om kinderen te bereiken.

Bovendien is de regering zo dicht tegen de voedselfabrikanten aan geschurkt dat sommige van de grootste coups van de industrie niet mogelijk zouden zijn geweest zonder overheidshulp.

Toen consumenten hun gezondheid probeerden te verbeteren door over te stappen op magere melk, bedacht het Congres een manier voor de machtige zuivelindustrie om al dat ongewenste, overtollige vet in stilte om te buigen naar een enorme kaasafzet – geen kaas die je als delicatesse voor of na de hoofdmaaltijd eet, maar kaas die ongemerkt in ons voedsel terechtkomt als een aantrekkelijk, maar overbodig extra ingrediënt’.

 

 

Wat (een tekort aan) vitamine B12 met je doet…

By | Uncategorized | No Comments

Voel je je meestal/vaak vermoeid? Ben je regelmatig chagrijnig? Of heb je andere (vage) klachten? Dan kan dat zomaar komen door een tekort aan vitamine B12. In deze blog kun je lezen hoe je erachter kunt komen of je een vitamine-B tekort hebt, hoe je daar aan komt, wat het met je lijf doet en vooral wat je aan een (eventueel) tekort kunt doen (<!–more–>).

  • Wat doet vitamine B12 voor  je?

Vitamine B12 is in mijn optiek en van de belangrijkste vitamines. Dankzij (voldoende) vitamine-B:

1) heb je meer energie en blijven je lichaam en geest jong.

2) heb je minder kans op hart- en vaataandoeningen.

3) krijgen vrije radicalen en giftige stoffen veel minder kans.

4) wordt de kans op zenuw-gerelateerde aandoeningen kleiner.

5) zijn we blijer, vrolijker.

6) heb je minder kans op dementie.

  • Hoe kom je aan een tekort?

Om te beginnen dit: de kans dat een vitamine B12-tekort de oorzaak is van je klachten is niet zo heel groot. Behalve dan als je vegetariër of veganist bent. Het komt vaker voor dat een tekort het gevolg is van een verminderde opname door het lichaam: Je eet voldoende vlees en toch heb je een tekort. Wel is het goed mogelijk dat B-12 niet goed opgenomen wordt, waardoor je ondanks goede voeding toch daaraan gerelateerde klachten krijgt. Dat kan komen door medicatie (maagzuurremmers), maar ook door ongezonde voeding, ouderdom (als we ouder worden produceert je lichaam steeds minder maagzuur, waardoor je lichaam steeds minder vitamine-B op neemt uit je voeding), darmproblemen, een te grote aanwas van slechte bacteriën of diabetes.

Als je regelmatig slaappillen gebruikt, rookt of regelmatig (veel) alcohol drinken, heb meer vitamine-B nodig, dus heb je eerder een tekort.

  • Hoeveel vitamine B12 heb je nodig?

Voor kinderen tot 14 jaar is dat tussen de 0,7 en 2 microgram per dag, daarboven is het 2,8 microgram per dag.

  • Hoe weet je dat je een tekort hebt?

Als je (regelmatig en onverklaarbaar) last hebt van een of meer van onderstaande klachten….

       hoofdpijn of migraine

       pijn en tintelingen of minder kracht in je armen en / of benen (of krampen in de spieren)

       slechter gehoor, zicht of smaak

       bloedarmoede of diarree

       tintelen (eventueel in combinatie met een pijnlijk en branderig gevoel) van je tong

       hartkloppingen

       duizeligheid

       gewichtsverlies

       kortademigheid

       verminderde eetlust

       verwardheid, concentratieproblemen, vergeetachtigheid

       vermoeidheid (ook al slaap je goed)

       prikkelbaarheid

kan dat zomaar komen door een vitamine-B tekort. Als je twijfelt kun je een bloedtest of een beenmergpunctie laten doen. Dan weet je het zeker.

  • 8 Signalen die wijjzen op een tekort?

Als je last hebt van meerdere symptomen uit het volgende rijtje kan dat wijzen op een vitamine B12-tekort:

Signaal 1: Vermoeidheid

Een voortdurende vermoeidheid

Signaal 2: Minder kracht

Slappe spieren. Symptomen: vreemde pijntjes of pinscheuten in armen of benen

Signaal 3: Je zenuwen functioneren niet goed meer

Slecht functionerende zenuwen vanwege zuurstofgebrek. Symptomen: vreemde pijnscheuten door je hele lichaam.

Signaal 4: Je geheugen laat je in de steek

Je geheugen laat je in de steek. Symptomen: je kan niet op een naam komen, je bent dingen kwijt, vergeet waar iets ligt, etc.

Signaal 5: Een duizelig gevoel

Regelmatig duizelig. Het verband tussen duizeligheid en een gebrek aan vitamine B12 is nog niet 100% bewezen.

Signaal 6: Smaak en eetlust vermindert of verandert, pijn in je tong

Signaal 7: Je voelt je regelmatig depressief, angstig of overgevoelig.

Vitamine B12 speelt een belangrijke rol bij de synthese van chemicaliën in de hersenen die bepalend zijn voor je stemming en je geluk.

Signaal 8: Slechter of veranderend zicht

Een gebrek aan vitamine B12 kan tot gevolg hebben dat er problemen ontstaan met de oogzenuw of het netvlies. Dat kan leiden tot een wazig zicht, dubbel zien, gevoeligheid voor licht en in extreme gevallen zelfs het verlies van het gezichtsvermogen.

Deze schade is in de meeste gevallen te herstellen door vitamine B12 te nemen, maar in sommige gevallen kan de schade ook permanent zijn. Dus check je huisarts.

  • Wat kun je doen aan een tekort

Het logische antwoord is natuurlijk: meer B12 innemen, maar zo eenvoudig is dat niet.

1. Uiteraard begin je met het wegnemen van de oorzaken die leiden tot een verminderde opname van B12 (bijvoorbeeld zoek uit, of overleg met je arts, wat de alternatieven zijn voor de medicatie, ga gezonder eten, etc.). Dan is het probleem wellicht opgelost. Want zolang de B12 vitaminen niet door je lichaam worden opgenomen, kun je net zoveel supplementen tot je nemen als je wil, zonder dat dat enig resultaat oplevert.

2. Supplementen; dit is alleen een goed alternatief als je echt een gebrek hebt aan vitamine B12 vanwege je ongezonde eetpatroon.

3. Wat dan wel helpt, is vitamine B12-injecties. Deze werken namelijk op celniveau en komen dus altijd 100% binnen.

  • Waar zit veel vitamine B12 in?

1) Magere Yoghurt

1 glas magere yoghurt bevat 1,5 microgram Vitamine B12

2) Tofu

1 stuk tofu van 75 gram bevat 1,86 microgram Vitamine B12

3) Leverworst

1 sneetje leverworst bevat 2,4 microgram Vitamine B12

4) Tonijn

1 stukje tonijn van 100 gram bevat 2,2 microgram Vitamine B12

5) Krab &

100 gram krab bevat 6,59 microgram Vitamine B12

6) Volle Melk

1 beker volle melk bevat 1,07 microgram Vitamine B12

7) Ontbijtgranen

30 gram ontbijtgranen bevat maar liefst 6 microgram Vitamine B12

8) Kip

100 gram kippenvlees bevat 0,43 microgram Vitamine B12

9) Kaviaar

1 eetlepel kaviaar bevat 3,2 microgram Vitamine B12

10) Mosselen

100 gram mosselen bevat maar liefst 20,4 microgram Vitamine B12

11) Rundvlees

100 gram rundvlees bevat 6,18 microgram Vitamine B12

12) Oesters

100 gram oesters bevat maar liefst 29,77 microgram Vitamine B12

13) Zalm

100 gram zalm bevat 18,1 microgram Vitamine B12

14) Sojamelk

100 gram sojamelk bevat 1,11 microgram Vitamine B12

15) Eieren

1 flink ei bevat 0,56 microgram Vitamine B12

16) Sardines

100 gram sardines bevat 8 microgram Vitamine B12

17) Gerookte ham

100 gram gerookte ham bevat 0,55 microgram Vitamine B12

18) Makreel

100 gram makreel bevat ruim 18 microgram Vitamine B12

Voor meer informatie over gezonde voeding: Niet Te Verteren (bol.com) of Gezond Oud Worden (heelnederlandschrijft.nl) of bekijk het filmpje

 

‘Best wel heftig’

By | Uncategorized | No Comments

Vandaag heb ik eindelijk mijn ideale huisarts gevonden, niet helemaal naast de deur, maar beter dan een ‘reguliere’ huisarts. Daar ben ik inmiddels wel achter. Zij voldoet aan al mijn wensen: geeft haar patienten alle tijd die nodig is (dit in tegenstelling tot een regulier opgeleide huisarts, waarbij je in de meeste gevallen binnen tien minuten weer buiten staat met een verwijsbriefje in je hand), is kritisch op het verstrekken van (synthetische) medicijnen, luistert naar het hele verhaal en denkt mee wat voor de patient de beste remedie is. ‘Want iedereen is anders. Wat voor de een werkt, hoeft niet voor de ander te werken’. <!–more–>

De ideale huisarts

Waarom was ik op zoek? Ik wil niet langer (synthtische) medicijnen slikken die eerder gevaarlijk voor je zijn, dan dat ze je echt helpen, en zoek dus een huisarts die met mij mee denkt over gezonde (natuurlijke) alternatieven. En, dat kan ik je verzekeren, was een hele klus. Ik heb al heel wat huirartsen gesproken, maar vrijwel altijd, is hun enige oplossing medicijnen. En het ergste: dat is ook het enige dat ze (willen) kennen.

Waarom is zij mijn ideale huisarts? Ze stelt de patient centraal, neemt de tijd die daarvoor nodig is, denkt met de patient mee om tot een ‘op-maat-oplossing’ te komen, en is onafhankelijk (krijgt geen provisie va de farmaceutische industrie). Ze weet dat ze een van de weinigen is, dat maakt haar niet vrolijk. Ze wordt door haar patienten dan ook als zeer goed beoordeeld (9,6).

‘Alternatieve’ medicijnen

Vandaag zag ik ook een item in – je zal het niet geloven – het ‘onafhankelijke’ actualiteitenprogramma Brandpunt waar mijn haren recht van overeind gingen staan. Het programma had een aantal alternatieve medicijnen ingeslagen en die laten testen door reguliere artsen. De uitslagen logen er niet om: bijna nergens zaten meetbare gezonde stoffen in, een medicijn was zelfs ‘een zusje’ van bleekwater. De artsen vonden het ‘best wel heftig’, ‘dit zou verboden moeten worden’, etc. En dat is het natuurlijk ook…, als die informatie klopt. Het is een soort variatie op ‘Wij van wc-eend’. Maar ja, wat zou ik doen als een deel van mijn inkomen afhankelijk is van hoeveel medicijnen ik voorschrijf (verkoop).

Want dat is pas echt heftig! Alternatieve artsen (itt reguliere artsen, die opgeleid zijn zijn, en door de farmaceutische industrie betaald worden, om hun patienten medicijnen op te dringen) worden door de reguliere gezondheidsinstellingen en artsen belachelijk gemaakt, waardoor mensen bang worden gemaakt en niet verder durven te kijken dan hun neus lang is (lees: reguliere gezondheidsinstellingen). Dus zich overgeven aan synthetische medicijnen die soms eerder gevaarlijk voor je zijn, dan dat ze je helpen, die de bijwerkingen van andere medicijnen moeten opvangen, etc., weigeren te kijken naar andere oplossingen (zelfs als de paptient daar naar vraagt) en in ruil daarvoor bonussen ontvangen.

Een mooi voorbeeld van hoe het werkt is de huisarts die ik een paar weken eerder sprak: ‘Ik ben regulier opgeleid, en ik geloof niet in osteopathie, orthomoleculair geneeskunst en andere alternatieve geneeswijzen, en daar wil ik ook niets over weten. Dus ik geloof niet dat ik veel voor je kan betekenen’ Met andere woorden: Ik kan niets anders dan medicijnen voorschrijven, en dat betaaalt goed. Ze gaf me wel de naam van de huisarts waar ik vanmorgen mee sprak. Terwijl deze zelfde vrouw de eed van Hippocrates heeft afgelegd:

“Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Asclepius, Hygia en Panacea en neem alle goden en godinnen tot getuige, om naar mijn beste oordeel en vermogen de volgende eed te houden:

Ik zal naar mijn beste oordeel en vermogen en om bestwil mijner zieken hen een leefregel voorschrijven en nooit iemand kwaad doen.

Nooit zal ik, om iemand te gerieven, een dodelijk middel voorschrijven of een raad geven, die, als hij wordt gevolgd, de dood tot gevolg heeft. Nooit zal ik een vrouw een instrument voorschrijven om een miskraam op te wekken. Maar ik zal de zuiverheid van mijn leven en mijn kunst bewaren. Het snijden van de steen zal ik nalaten, ook als de ziekte duidelijk is; ik zal dit overlaten aan hen die hierin bekwaam zijn. In ieder huis waar ik binnentreed, zal ik slechts komen in het belang van mijn patiënten.

Mijn leermeester zal ik eren en liefhebben als mijn ouders; ik zal in gemeenschap met hem leven en zo nodig mijn bezit met hem delen, de kunst leren zonder vergoeding en zonder dat daartoe een schriftelijke belofte nodig is; aan mijn zonen, aan de zonen van mijn leermeester en aan de leerlingen die verklaard hebben zich aan de regelen van het beroep te zullen houden, aan hen allen zal ik de grondslagen van de kunst leren.

Al hetgeen mij ter kennis komt in de uitoefening van mijn beroep of in het dagelijks verkeer met mensen en dat niet behoort te worden rondverteld, zal ik geheim houden en niemand openbaren. Moge ik, als ik deze eed getrouwelijk houd, vreugde vinden in mijn leven en in de uitoefening van mijn kunst, maar moge het tegenovergestelde het geval zijn indien ik hem schend.

Ik zal mij verre houden van iedere welbewuste slechte daad en van elke verleiding, in het bijzonder van de geneugten der liefde met mannen of vrouwen, of zij vrij zijn of slaaf.”

De omgekeerde wereld

Een prachtig voorbeeld dus van de pot verwijt de ketel dat hij stinkt (zwart ziet). Want in de reguliere gezondheidswereld werkt slechts 12% van alle medicijnen volgens een grote Engesle studie, 88% werkt helemaal niet (doet niets) en het grootste deel daarvan werkt zelfs negatief op de gezondheid (is soms dodelijk). In Amerika sterven jaarlijks 140.000 mensen aan medicijnen.

Zelf heb ik veel baat bij een orthomoleculaire arts, osteopathische therapeut en (biologische) ‘alternatieve’ medicijnen. Natuurlijk zul je ook in dat circuit medicijnen tegen komen die niet werken, maar die zijn in ieder geval niet (levens)gevaarlijk.

Conclusie

Gebruik je gezonde verstand, zoek – net als bij voeding – uit wat goed voor je is en geloof de reguliere arts – en een reporage van brandpunt waarin de reguliere artsenij de alternatieve keurt – zeker niet op zijn blauwe ogen. Mind you: het gaat om meer dan tien miljard euro aan winst per jaar!!!! Daar wil je als huisarts wel bij horen. Maar het zou moeten gaan over jouw gezondheid. Toch? Inderdaad, dus best wel heftig.

Natuurvoedingswinkel versus supermarkt

By | Uncategorized | No Comments

 

Inmiddels is al vaker aangetoond dat biologische voeding veel gezonder is dan niet-biologische; geen e-nummers als aspartaam en glucose fructosestroop, pesticiden, hormonen, zware metalen, etc. Waar het een bijna per definitie leidt tot overgewicht, obesitas, diabetes, hart- en vaatziektes en kanker, voorkomt biologische voeding deze ziektes, en helpt zelfs om daarvan te genezen. Steeds meer mensen weten dat inmiddels. Gek genoeg gaat het slecht met natuur- en biologische winkels en – supermarkten. Hoe kan dat toch? Dat komt omdat de supermarkt zich ook op deze markt heeft gestort, en veel mensen zwichten voor de prijs. Het is goedkoper (denken we). Maar is dat eigenlijk wel zo? <!–more–>

Wat kost het?

Om met het eerste te beginnen, zijn biologische producten in de supermarkt per definitie goedkoper dan in een natuur- of biologische winkel? Het antwoord is verrassend: in de traditionele supermarkt ben je niet per definitie goedkoper uit! Wel bestaan er prijsverschillen tussen bepaalde producten. Ook als je, wat de Consumentenbond gedaan heeft, 150 producten bij de verschillende winkels en supermarkten met elkaar vergelijkt, zit er prijsverschil tussen biologisch en niet-biologisch, maar als je alleen naar de biologische producten kijkt, is dat verschil miniem. Sterker nog als je de acties meerekent, ben je steeds vaker bij de biologische winkels goedkoper uit.

Bovendien kun je zelf veeldoen aan de hoogte van je kassabon. Een voorbeeld: in plaats van dagelijks een stuk industrieel vlees, is een paar keer per week een kleiner stuk biologisch vlees goedkoper, gezonder en lekkerder. Groente en fruit (maar ook vlees) kun je ook rechtstreeks bij de boer of bij cooperaties aanschaffen. Als je weet dat een boer slechts een klein deel van de verkoopsprijs krijgt voor zijn product, is het zowel voor jou als voor de boer veel interessanter om het rechtstreeks aan jou te verkopen.

 

Verantwoordelijkheid

Hoewel het logisch is dat biologisch duurder zou moeten zijn, is dat dus lang niet altijd het geval; Ga maar na, de biologische teelt is veel arbeidsintensiever, dan de teelt door landbouwers die hun producten voor een paar centen afleveren bij AH (Gevolg: onze landbouwgronden worden uitgewoond, de producten zijn bespoten en zowel water als lucht wordt verontreinigd). Dat geldt ook voor de biologische winkels: Personeel heeft kennis van zaken en hart voor de zaak, dit in tegenstelling tot personeel in de supermarkt: scholieren die het werk voor een habbekrats doen, en je wel kunnen wijzen waar iets ligt, maar je niets kunnen vertellen overgezondheidsvoor- of nadelen. En last but not least: supermarkten bepalen hun prijs mede op basis van de prijs die haar concurrenten hanteren, terwijl bij de natuurwinkels de kwaliteit van het product voorrang heeft. Maar er is nog een belangrijke reden waarom biologisch duurder is, of zou moeten zijn: de traditionele landbouw wordt wel gesubsidieerd en de biologische niet. Ook dat is gek: ziekmakende roducten worden wel gesubsidieerd, beter makende producten niet.

Verpakking

Een ander groot verschil tussen de twee soorten winkels is hoe de producten verpakt worden. Om een voorbeeld te geven: om biologisch en niet biologisch gescheiden te houden, moet (van Europa) een van de twee in plastic worden verpakt. En aangezien er van biologische producten (nog) veel minder worden verkocht dan de niet-biologische, is het goedkoper om de biologische producten in plastic te verpakken ipv de niet-biologische. De verpakking kost tussen de 5 en de 20 cent. Daardoor wordt biologisch dus ook ongewild duurder en kiezen we eerder voor niet-biologische producten. Dan nog dit: we gebruiken per jaar ongeveer 260!!! tasjes per persoon, dat zijn zo’n 25 miljoen kilo (25.000.000 kilo) aan plastic per jaar, een vreselijke verspilling van energie en middelen. In de natuurwinkels zijn plastic tasjes uit den boze! Je neemt gewoon je eigen boodschappentas mee, of je koopt er eentje in de natuurwinkel, niet van plastic, gewoon een stevige tas die jaren mee gaat.

Lokale producenten en hun producten

Maar er zijn nog (veel) meer nadelen aan biologische producten kopen in de supermarkt; De supermarkt levert meestal geen lokale producten, zoals kaas van de nabije kaasboerderij. De natuurwinkel doet dat juist wel. Dat is niet alleen heel herkenbaar en tastbaar voor de consument, het stimuleert ook de lokale economie. Daarnaast is het voor de klant – ook niet onbelangrijk – controleerbaar. Hij kan bijvoorbeeld langs gaan bij de producent en hem op de man af vragen stellen.  Waar je in de supermarkt té vaak wordt genept met mooie – maar niet op waarheid berustende – filmpjes en plaatjes, zijn de producten van de lokale producent eerlijker en simpel controleerbaar.

Biologische producten in de supermarkt

Verder is het nog maar de vraag of je ook echt met biologische producten de supermarkt uit gaat. Het lijkt dat er veel ‘biologische’ producten in de supermarkt liggen, maar helaas wordt het merendeel weliswaar aangeduid met de kreet ‘bio’ of ‘100% natuurlijk’, maar heeft het gek genoeg niet het keurmerk. Deze kreten zeggen namelijk helemaal niets, zijn aan wet noch regel gebonden.

Maar de belangrijkste reden dat ik dit stukje schrijf, is dat ik me ernstig zorgen maak over de toekomst van biologisch. Omdat wij met z’n allen onze biologische boodschappen bij de supermarkt kopen, daalt de omzet van de eerlijke biologische- en natuurwinkels. Maar wat als alle natuur- en biologische winkels het loodje leggen, wat gaan Albert Heijn en concorten dan doen denk je? Op z’n minst gaan de prijzen omhoog, en in het ergste geval zo erg dat niemand ze meer koopt. Hoe dan ook worden we dan afhankelijk van een partij die niets op heeft met onze gezondheid, alleen met de inhoud van onze portemonnee. Willen we dat?

Conclusie

Uit dit alles is de bijna onvermijdelijke conclusie dat boodschappen doen in een natuurwinkel beter is voor jezelf, de boeren, de dieren, de aarde en het milieu. Dat je daar meer voor je producten betaalt, is (lang) niet altijd waar. Het is een kwestie van kritisch inkopen, anders eten en drinken en daarme je verantwoordelijkheid nemen voor onze gezondheid, dierenwelzijn en ons milieu. Wil jij dat?

Als je wilt weten of een product echt biologisch is, zet dan de app van the Questionmark op je telefoon (http://www.thequestionmark.org)

Wat weet onze huisarts over jouw gezondheid?

By | Uncategorized | No Comments

In mijn zoektocht naar een huisarts die me niet alleen iets kan vertellen over synthetische medicijnen, maar ook over natuurlijk medicijnen – voeding, supplementen, etc. – maakte ik gisteren een tussenstop bij een nieuwe praktijk in Almere Poort, de plaats waar ik woon. Daar slikte ik een bittere pil <!–more–>

Ze vroeg me waarvoor ik kwam. Ik vertelde dat ik het niet zo heb op synthetische medicijnen, dat ik een huisarts zoek die ook iets af weet van natuurlijke medicijnen. Ze stelde nog een paar vragen, maar liet al snel weten dat ze me daar niet mee kon helpen. ‘Ze was regulier opgeleid’, zei ze, ‘wist niets van ortho moleculaire geneeskunde, gezonde voeding of osteopathie’, en ze zei het niet met zoveel woorden, maar wilde er ook niets van weten ook. Ze zei: ‘Ik heb daar niets mee, en ik geloof er niet in’. Niet dat de homeopathische medicijnen werken, dat de orthomoleculair arts aan de buitenkant kan zien wat je hebt en ook niet dat je baat hebt bij een consult bij de osteopaat.

Synthetische medicijnen

Toen ik haar vertelde dat een groot Engels onderzoek nog niet zo lang geleden heeft uitgewezen dat slechts 12% van de synthetische medicijnen doet wat het belooft, dat ongeveer de helft zelfs averechts werkt en dat in Amerika elk jaar bijna 150.000 mensen sterven aan (de bijverschijnselen van) deze medicatie. Ik dacht dat ze er even van schrok, maar zich toen weer vermande.

Ook toen ik vertelde wat de bijverschijnselen van pantaprosol zijn, een medicijn tegen maagzuur dat aan miljoenen patienten wordt geadviseerd en bij gebruik waarvan je een gerede kans hebt op een beroerte (maar liefst 96% volgens een Deens onderzoek) of andere hart of vaataandoening.

‘Ze was’, zei ze nogmaals, ‘opgeleid als regulier arts’. En kon als zodanig niets voor mij betekenen. Het gesprek duurde zo’n tien minuten. Eenmaal weer buiten bedacht ik: maar als dokter leg je toch een eed af, dat je je patienten zult helpen bij ziekte weer gezond te worden? Hoe kun je dan 60% van de vaak veel betere handvatten daarvoor gewoon negeren?

Hoe het begon?

Nou, dat komt zo: In 1839 werd John D. Rockefeller geboren. Toen hij in 1937 stierf had hij 318 miljard dollar op de bank staan. Dat kapitaal had hij eerst in de olie vergaard. Met het aldus verdiende geld werkte hij zijn masterplan verder uit: als je nu eens de patenten in de olie kunt verbinden aan synthetische medicijnen? Iedereen wordt wel eens ziek, dus heeft iederen wel eens medicatie nodig. Met zijn enorme kapitaal kocht hij de opleidingsscholen voor artsen om: als je meedoet, krijg je geld, zo niet, dan niet. Dat betekende wel dat deze opleidingen voortaan doktoren opleverden die alleen iets wisten over medicijnen, en niets van andere geneeswijzen – geneswijzen die sensationele resultaten hadden geboekt, bijvoorbeeld bij het genezen van kanker.

Dat was een meesterlijke zet, want de dokter is immmers de persoon die de diagnose stelt en het verwijsbriefje schrijft. Vreemd is wel dat de gezondheidszorg van nu nog steeds op dit gedachtengoed is gestoeld. Hoewel vreemd? Met miljarden aan winst, kun je je nogal wat lobbyisten veroorloven.

Dus is het enigszins begrijpelijk dat de huisarts die ik consulteerde alleen iets zou kunnen zeggen over medicijnen, niet over gezonde voeding, Chineze acupunctuur of osteopathie. Maar niet logisch dat ze daar, gezien het medicijnenonderzoek, niets van wilde weten. Was haar corebusiness nu de gezondheid van haar patienten, of het verkopen van medicijnen waarmee de winst van de farmaceutische industrie naar recorshoogtes kon groeien? Waar voor was ze eigenlijk regulier opgeleid?

En nu?

Ik zoek rustig verder. Na mijn vakantie heb ik een volgende afspraak staan.

 

 

Wat moet er nog meer gebeuren voordat we begrijpen dat we langzaam vergigftigd worden?

By | Uncategorized | No Comments

Het gaat maar door de ene ‘gate’ is nog niet gesloten, of de volgende gaat alweer wijdopen. Na eiergate – weet je het nog? Dankzij een uitvinding van een klein Nederlands bedrijfje (in het door hen ontwikkelde schoonmaakmiddel was een insecticide tegen bloedluizen verwerkt), werden de kippen van 139 bedrijven vernietigd. Overigens gingen de week daarvoor ook nog eens 20.000 varkens in rook op – is vandaag de kippengate en zuivelgate opengezet; wellicht is kippenvlees en zelfs zuivel ook besmet <!–more–>

Wat kost dat?

Eiergate kost de Nederlandse bedrijven en overheid, mede dankzij de boycot van 5 miljoen Nederlandse eieren door Duitsland, niet alleen een hoop geld, ook is er veel ellende veroorzaakt en onduidelijkheid geschapen. Denk aan de kippenboeren die hun hoofd maar net boven water kunnen houden, denk an die honderdduizenden kippen die het leven lieten, en aan alle mensen die zich zorgen zijn gaan maken over wat de gevolgen voor hun gezondheid zijn.

Wiens schuld is het?

De NVWA heeft volgens sommigen veel te laat de noodklok geluid (waarom?), het bedrijfje uit Barneveld heeft willens en wetens (of dit gewoon niet goed genoeg onderzocht) een middel op de markt gebracht dat schadelijk is voor mens en dier, de kippenboeren hebben alleen gekeken naar de kosten niet naar de gevolgen en wetenschappers en politici spreken elkaar tegen (kan een klein beetje van dat gif nu wel of geen kwaad?).

En wie gaat dat betalen?

Dat is onduidelijk, maar naar alle waarschijnlijkheid wij, de consument. Tot zo ver spelen al de genoemde partijen elkaar de bal toe. Toegeven betekent betalen, en dat wil niemand.

Maar waar gaat het nu echt om?

Belangrijke vragen maar mij gaat het enerzijds om het immense dierenleed (hoewel je ook kunt zeggen dat de kippen zo uit hun lijden verlost zijn, of toch nog maar een paar dagen te leven hadden, etc.), de gevaren voor onze gezondheid en de hypocrisie waarmee zo’n ‘ramp’ steeds weer is omgeven; de smerige (en vaak geheimzinnige) rol die overheid, de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit), wetenschappers en media daar elke keer weer in spelen.

En anderzijds  om het gemak waarmee de voedingssector aan de totale realiteit voorbij gaat, of die wellicht camoufleert. Want: hoeveel pesticiden vind je niet op en in onze groente en fruit (Nederland staat wat het gebruik daarvan betreft op een gedeelde tweede plaats, gebruikt meer van dat spul dan landen als Spanje en Italië om er een paar te noemen), hoeveel gif zit er wel niet in onze voedingsproducten (denk aan aspartaam in vrijwel alle lightproducten), hoeveel e-nummers zijn er wel niet (heel) slecht voor onze gezondheid, en ga zo maar door. Daar zegt de NVWA nog steeds niets over, en de overheid – bij monde van het Voedingscentrum – al helemaal niet.

En wat gaan we er aan doen?

Wanneer beseffenwe met z’n allen nu eens dat de voedingsindustrie stinkt. Het totaal aantal mensen dat per jaar sterft aan voeding is gelijk aan minimaal 50% van alle mensen die dood gaan aan de welvaartsziektes, meer Nederlanders dan in de Tweede Wereldoorlog aan hun einde kwamen. Wanneer besef je dat de boodschappen die je dagelijks bij AH, de Lidl, etc. doet, ziekmakend zijn, en wanneer maak je een begin met een nieuw, gezond leven.

Neem je nu eens voor om vanaf volgende week in ieder geval je vlees, eieren en zuivel niet meer in de supermarkt, maar in de biologische winkel of op de biologische markt te halen. Als je van weinig geld moet rondkomen, neem dan een kleiner stukje vlees dan gewoonlijk, is goed voor je gezondheid, lekkerder en je geniet er ook nog eens meer van. Bovendien help je zo de honger in de wereld te verminderen, zorg je er voor dat dieren een veel beter (en langer) leven hebben en hoef je je geen zorgen meer te maken over de gezondheid van jezelf en je kinderen. Wie wil dat nu niet?!

 

De Martijn Katan-show

By | Uncategorized | No Comments

De aankondiging was voorspelbaar – een hele riedel aan voedingstegenstellingen, die schreeuwden om een autoriteit; Iemand die ons vertelt wat er wel en niet waar aan is, iemand waar je blind op vertrouwen kunt. En ja  hoor, daar was hij weer: Martijn Katan. Deze keer bij Bo van Erven Dorens. En waarom toch?  Katan heeft zijn hele leven voor grote voedingsconcurnes gewerkt, en zoals we allemaal weten, die zitten echt niet te wachten op de waarheid. Zie ook onderstaande video over een een groot onderzoek in Amerika waarvan de resultaten zijn verdonkeremaand….<!–more–>

Martijn Katan

Waar ging het over? Katan was uitgenodigd omdat hij de bezoedelde eer van Ancel Keys, een wetenschapper uit de vorige eeuw, wilde wit wassen. Hoewel Keyns al 17 jaar dood is, zit het Katan nog steeds niet lekker dat deze wetenschapper de laatste tien jaar van zijn voetstuk is gedonderd. Kort gezegd: Keys heeft volgens steeds meer wetenschappers gesjoemeld met zijn onderzoek; In plaats van een objectieve studie naar de voor- en nadelen van verzadigd vet, paste Keyns zijn  onderzeksmethode aan aan zijn hypothese: onverzadigd vet is de belangrijkste oorzaak van hart- en vaataandieningen. Volgens Katan verdient deze wetenschappers echter postuum een Nobelprijs: hij heeft vele mensen het leven gered.

Waarom komt Katan daar nu mee? Misschien om de aangezwelde kritiek te pareren. Maar misschien ook om de consument een rad voor ogen te draaien. Want inmiddels is door talloze onderzoeken wel klip en klaar vast komen te staan dat onverzadigd vet helemaal niet per definitie slecht voor je is, en zeker niet de oorzaak van al die hart en vaatziektes. Dat zorgde er voor dat er veel meer kokosolie werd gekocht, en veel minder margarine en halvarine, wat weer ten koste ging van de omzet van Unilever, de voormalige baas van Katan. Of wellicht om het aangetaste blazoen van het Voedingscentrum op te poetsen. Want volgens dit zogenaamd onafhankelijke instituut dat u en mij moet adviseren over gezonde voeding, is onverzadigd vet nog steeds de grote boosdoener en kun je beter margarine op je brood smeren dan kokosolie als je hart belief is, terwijl je daardoor juist de kans op een dodelijke ziekte verhoogt.

Wat zei Keyns, wat is de kritiek en wat heft cholesterol daarmee te maken?

 

Om te beginnen dit: cholesterol – een vetachtige stof die dient als bouwsteen voor de celmembranen en homonen zoals oestrogeen en testosteron – wordt voor verreweg het grootste deel (80%) aangemaakt door je lichaam. Als je voeding eet waar veel  cholesterol in zit, maakt je lichaam simpelweg minder aan, terwijl het bij een vetarm dieet juist meer cholesterol aan maakt. Cholosterol is een heel belangrijke stof voor ons lichaam, sterker nog, zonder cholesterol ga je dood!

HDL en LDL

Het komt voor in twee varianten: LDL en HDL. LDL staat voor low-density lipoprotein. Dit wordt ook wel het “slechte” cholesterol genoemd. Wanneer je een hoge waarde van LDL hebt, is de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten ziekten groter. Het LDL cholesterol zet zich  af tegen de bloedvaatwanden van de aderen, hierdoor kunnen die beschadigd raken, waardoor het cholesterol vast kan blijven plakken. Daardoor wordt de opening, waar het bloed door moet, steeds nauwer wordt, net zo lang tot het ‘ontploft’.  HDL (high-density lipoprotein) ook wel het goede cholesterol genoemd, haalt het cholesterol daarentegen van de vaatwanden, zodat ze weer wijder worden. Het is dus goed om een hoge waarde van HDL  in je bloed te hebben en een lage waarde van LDL

Nu Keys…

Als het over het verband tussen cholesterol en hart- en vaatziektes gaat, komt cholesterol er bekaaid vanaf. Dat zagen we ook al in de conclusie van Keys in zijn 7 Landen Studie. Het is inderdaad waar dat cholesterolgehaltes hoog zijn bij mensen met een grote kans op hart-en vaatproblemen. Maar dat betekent nog niet dat een hoog cholesterolgehalte ook de oorzaak is van deze hart-en vaatproblemen. De laatste decennia bewijzen heel veel studies dat er geen corelatie is tussen die twee.

Ook is er geen verband tussen de hoeveelheid cholesterol in je bloed en de cholesterol die je via je voeding binnen krijgt; het is bijvoorbeeld niet zo dat als je meer voeding met cholesterol binnen krijgt, het cholesterolgehalte in je bloed hoger wordt. Ook geeft een hoog cholesterol gehalte geen grotere kans op hart- en vaatziektes. Deze aannames worden bijvoorbeeld in de Framingham Heart Study, de grootste hart studie ooit uitgevoerd, weerlegt  In Archieves Of Internal Medicine (1992) concludeert Dr. Williams Castelli, ex-voorzitter van de Framingham Heart Study, juist het tegendeel: Des te meer verzadigde vetten en cholesterol iemand eet, des te lager is juist het cholesterolgehalte in het bloed. Dit betekent dus, om terug te keren tot de kern, dat verzadigde vetten en cholesterol in je voeding juist je cholesterol verlagen, en dus niet – in tegenstelling van wat Katan beweert – verantwoordelijk (kunnen) zijn voor hart- en vaatziektes. Toch is de aanname dat dierlijke verzadigde vetten je cholesterol, en daarmee de kans op hart en vaatziekten zouden verhogen, gebaseerd op de 7 Landen Study van Keys, en is dit nog steeds (deels) de basis van de adviezen van het Voedingscentrum.

De 7 Landen Sudy

Wat is de clou? Keys kwam er tijdens zijn study achter dat zijn hypothese slechts op ging voor 7 van de 22 landen waarop hij zich in eerste instantie richtte. In plaats van zijn studiemethode te perfectioneren, besloot hij deze study dus maar als 7 Landen Study te publiceren. Echter, de hele medische wereld accepteerde deze conclusie. Deze studie heeft ervoor gezorgd dat doctoren en de medische wereld jarenlang vet eten hebben afgeraden (om zo de kans op hart en vaatziekten te verminderen). Geheel onterecht! Deze blunder heeft er wel voor gezorgd dat ons jarenlang is voor gehouden dat vet eten slecht was voor je hart. Nog erger dat we pillen hebben geslikt die meer kwaad dan goed hebben gedaan. In plaats van een standbeeld, verdient Keys dan ook gewoon de drek die hij over zich heen heeft gekregen.

Eind goed, al goed

Dan rijst de vraag: hoe kan het toch dat deze charlatan als het om gezonde voeding gaat, steeds weer zijn publicitaire – of liever camouflage – praatje kan doen? Waarom wordt er niet iemand uitgenodigd die echt iets zinnigs kan vertellen over wat echt gezond is? Deze vraag stellen, is hem beoordelen.

Of Katan zich nu versprak of het echt meende, eindigde hij zijn pleidooi voor de producten van de voedingsindustrie met ‘Als je je gewoon houdt aan de regels van het Voedingscentrum word je misschien geen 100 (zoals Ancel Keys), maar 70 of 75, dat is toch een hele mooie leeftijd’.

Kopieer deze link en bekijk deze schokkende video:

Verzadigd vet blijkt niet schadelijk door verborgen studie

 

Wat hebben gezonde darmen met zeewier te maken?

De natuurlijke medicijnkast

By | Uncategorized | No Comments

Slechts 12 procent van alle medicijnen werkt! Zo’n 50 procent is neutraal (werkt niet, maar doet ook geen kwaad). De rest brengt zelfs (soms ernstige) schade toe aan het lichaam, in plaats van dat het je helpt genezen. In Amerika bijvoorbeeld overlijden jaarlijks bijna 150.000 mensen aan medicijngebruik. En dat terwijl er in de natuur tal van super-alternatieven te vinden zijn. Dat geldt ook voor antibiotica Read More

Mentos, the fresh maker!?

By | Uncategorized | No Comments

Nou, de smaak misschien, maar de inhoud is dat niet bepaald, fresh! Ik mentionde het al eerder, producten voor kinderen zijn nog slechter voor je dan producten voor volwassenenen. Een mooi voorbeeld is het oeroude snoepje van mentos. Inmmiddels maakt het bedrijf ook vele soorten kauwgum. Hoe gezond of ongezond is dat?

MENTOS GUM PURE FRESH – FRESH MINT, Vroeger – zeg drie jaar geleden – had ik standaard zo’n potje in de auto. Tegenwoordig als ik een tankstation binnen loop, zie ik ze nog wel staan, maar meenemen ho maar. En waarom? Omdat ik nu weet wat er in zit en vooral wat dat met je gezondheid kan doen. Ik zet per bestanddeel op een rijtje wat de risico’s kunnen zijn… Read More

Een gezond kind in 7 stappen? Beter en slimmer eten. Boek bestellen